Deze website maakt gebruik van cookies.

Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen

De wet op de vennootschapsbelasting wordt gemoderniseerd. Vanaf 2016 moeten overheden vennootschapsbelasting betalen over de winst die ze met ondernemingsactiviteiten behalen. Voor sommige podia kan dit een wijziging betekenen in hoe zij om moeten gaan met de vennootschapsbelasting. 

Huidige situatie

Van de theaters, concertzalen, poppodia en festivals doet slechts ongeveer 15% VPB-aangifte. Officieel is het zo dat ruim 90% van de podia onder de VPB behoren te vallen. Maar de Belastingdienst is niet actief bezig met stichtingen onder de VPB te brengen. Ook omdat podia, in geval ze VPB zouden moeten betalen, gebruik kunnen maken van  aftrekposten  de vennootschapsbelasting vaak op nihil uitkomt.

 

In art. 2, lid 7 Wet VPB staat een vrijstelling voor “Lichamen waarvan uitsluitend de overheid aandeelhouder is, alsmede lichamen waarvan de bestuurders uitsluitend door de overheid worden benoemd of ontslagen en waarvan het vermogen bij liquidatie aan de overheid toekomt”.

Uitzondering op deze VPB-vrijstelling is een lijst van overheidsbedrijven, maar daar staan geen poppodia e.d. tussen.

In de theaterwereld is het zo dat een behoorlijk aantal verzelfstandigde theaters en concertzalen een overheidsorgaan als aandeelhouder heeft  óf heeft in de statuten staan dat een overheidsorgaan de bestuurders benoemt en ontslaat en dat het liquidatiesaldo terugvloeit naar de overheid. De VNPF kent daarvan geen voorbeelden in de poppodiumsector.

 

Wat gaat er veranderen

Op Prinsjesdag is het wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen bij de Tweede Kamer ingediend. Vanaf 2016 moeten overheden vennootschapsbelasting betalen over de winst die ze met ondernemingsactiviteiten behalen. 

Het achterliggende doel van het wetsvoorstel is, mede onder druk van de Europese Commissie, het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Daarom moeten overheden die winst behalen met activiteiten die concurreren met de ‘markt’, vanaf 2016 vennootschapsbelasting gaan betalen.

Feitelijk verandert er dus alleen iets voor die podia waarvan uitsluitend de overheid aandeelhouder is, alsmede lichamen waarvan de bestuurders uitsluitend door de overheid worden benoemd of ontslagen en waarvan het vermogen bij liquidatie aan de overheid toekomt.

Het betreft dus gemeentelijke podia, B3 stichtingen of BV waarvan de overheid de enige aandeelhouder is. 

 

Wat gaat er veranderen voor die podia

De Gemeentelijke instellingen, B3 stichtingen en BV waarvan de overheid de enige aandeelhouder is worden VPB-plichtig. Voor alle andere rechtsvormen die bij podia van toepassing zijn geldt dit eigenlijk nu al (er wordt alleen niet op gehandhaafd).

 

Als je als podium dus geen gebruik meer kunt maken van de vrijstelling van art. 2, lid 7 VPB en wel aangesproken wordt om VPB-aangifte te doen, dan zijn er twee bijzondere aftrekposten die je VPB-afdracht zouden kunnen reduceren tot nihil:

·         Aftrek fictieve vrijwilligerskosten: theaters e.d. die de ANBI-status hebben kunnen de inzet van vrijwilligers omrekenen naar het minimumloon en aftrekken als fictieve kostenpost.

·         Bestedingsreserve: theaters e.d. die de ANBI-cultuurstatus hebben kunnen een bestedingsreserve vormen, d.w.z. hun toekomstige uitgaven voor bedrijfsmiddelen en projecten nu al aftrekken.


Deze bijzondere aftrekposten komen tot nu toe niet terug in de discussie over de VPB-plicht van indirecte overheidsbedrijven. Vooralsnog verwachten we niet dat de wetswijziging zo ver zal gaan dat deze aftrekposten geschrapt zullen worden.

 

Nota naar aanleiding van het verslag

Hier rechts is Nota naar aanleiding van het verslag met betrekking tot het wetsvoorstel Vpb-plicht overheidsondernemingen te vinden. 

Interessante opmerkingen in deze nota zijn:

- Het kabinet heeft niet de indruk dat dit wetsvoorstel de bestaande afweging tussen in- en uitbesteden in betekenende mate zal wijzigen. Zie pagina 13.

- In het op diverse plaatsen aangehaalde overleg met de koepelorganisaties van overheden “kan ook een nadere invulling worden gegeven aan de open norm “overheidstaken/publiekrechtelijke bevoegdheden” (zie pagina 25) en kan ook aandacht worden besteed aan “culturele instellingen waarin overheden de mogelijkheid hebben om bestuurders te benoemen” (zie pagina 27). 

 

 


Gerelateerd nieuws

Meer