Deze website maakt gebruik van cookies.

Zes vragen voor de kleine zzp'er

03-10-2014 | Bron: Volkskrant

Er komt een nieuwe 'werkvergunning' voor kleine zelfstandigen. Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën wil daarmee bedrijven die zzp'ers inhuren medeverantwoordelijk maken voor het voorkomen van schijnzelfstandigheid. Heel wat zzp'ers zijn volgens de Belastingdienst geen ondernemer. De dienst gaat strenger controleren, ook bij opdrachtgevers. 

Nanda Troost stelt in haar artikel in de Volkskrant van 1 oktober jl. zes vragen over de nieuwe 'zelfstandigenvergunning':

 

Waarom hebben zzp'ers een nieuwe 'vergunning' nodig als er al een is?

Dat is een financiële kwestie. Met de gestage groei van het aantal kleine zelfstandigen is ook het aantal schijnzelfstandigen flink toegenomen. Er zijn 1,2 miljoen zzp'ers. Ongeveer 90 duizend van hen staan ten onrechte te boek als ondernemer, ontdekte de belastingdienst al in 2010. Door die schijnzelfstandigen loopt de schatkist honderden miljoenen aan belastinginkomsten mis, volgens berekeningen van de Belastingdienst in 2011.

Een zzp'er heeft starters- en ondernemersaftrek. Daarmee heeft een beginnend ondernemer afhankelijk van zijn omzet alleen al de eerste drie jaar een belastingvoordeel van 5- tot 12 duizend euro. Daarnaast draagt een zzp'er geen premies af voor de Ziektewet en voor arbeidsongeschiktheid, en spaart zijn opdrachtgever WW-premie uit.

Ook pensioenfondsen en opleidingsfondsen komen tekort. Als de zzp'er werknemer was geweest had hij ook daarvoor betaald. Vooral in de zorg, het onderwijs, de ict, het transport en de bouw werken zogenoemde ondernemers die eigenlijk werknemer zijn.

 

Wat doet de nieuwe vergunning wat de oude niet doet?

Het grootste verschil zit hem in de aansprakelijkheid voor de werkgever/opdrachtgever. Die wordt mede-aansprakelijk. Dat betekent dat de opdrachtgever alsnog wordt aangeslagen voor premies en belastingen als blijkt dat de zzp'er toch geen ondernemer is. Nu nog ligt alle verantwoordelijkheid bij de kleine zelfstandige. Als achteraf blijkt dat hij als een soort werknemer heeft gewerkt, moet hij alsnog premies betalen en zijn ondernemersaftrek terugstorten naar de Belastingdienst. Niet voor niets heet de huidige 'vergunning', de var-wuo, in werkgeverskringen wel 'vrijwaringsbewijs'.

 

Wat zijn verder de verschillen?

Op het eerste gezicht niet veel. De zzp'er moet via een webmodule vragen invullen. Daarbij gaat het, net als nu, over de omstandigheden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd. Hoeveel uur steekt de kleine zelfstandige in zijn onderneming? Loopt de zzp'er ondernemersrisico? Heeft de kleine ondernemer meerdere opdrachtgevers?

Een ander belangrijk criterium: er mag geen gezagsverhouding zijn zoals die er wel is tussen werknemer en werkgever. Is alles in orde, dan krijgt de zzp'er die met een Verklaring arbeidsrelaties (var) werkt straks een Beschikking geen loonheffingen (bgl). Deze bgl moet door de werkgever gecontroleerd worden. Klopt wat er is ingevuld met de feitelijke situatie? Dan hoeft de werkgever zich geen zorgen te maken. Is er toch sprake van een verkapt dienstverband, dan loopt de werkgever risico. Overigens is nog bekend wanneer de var wordt vervangen door de bgl. Medio 2015, heet het.

 

Welke zzp'ers raken hun 'vergunning' kwijt?

Van duizenden zzp'ers in de zorg en het onderwijs is het afgelopen jaar hun var-verklaring al ingetrokken. De Belastingdienst constateerde dat ze via vaste roosters werken of zich in het onderwijs aan bepaalde lesmethoden moeten houden. Dat staat haaks op het ondernemerschap. Vooral zelfstandigen die via bemiddelingsbureaus werken lopen het risico dat ze niet meer als ondernemer meetellen. Bemiddelingsbureaus horen vraag en aanbod bij elkaar elkaar te brengen. Vaak zitten ze op de stoel van de werkgever en zorgen ze ook dat de zzp'er zijn geld krijgt. Of ze regelen vervanging bij ziekte.

 

Een zzp'er zonder bgl, is dat erg?

Niet alle kleine zelfstandigen zullen blij zijn met het antwoord, maar: nee. Zo'n 10 procent van de zzp'ers is volgens de belastingregels geen ondernemer. Ze zijn hun belastingvoordeel kwijt, maar krijgen er het sociale vangnet voor terug. Ze moeten andere afspraken maken. De voorheen schijnzelfstandige kan met de ene werkgever bijvoorbeeld een jaarcontract voor twee dagen afsluiten en met een andere voor een of drie dagen. De werkgever draagt premies af, zodat de werkende is verzekerd tegen ziekte en werkloosheid en pensioen opbouwt. Zorgmedewerkers die via thuiszorgorganisaties werken belanden zo waar ze horen: aan de kant van de werknemers. Datzelfde geldt voor bouwvakkers die, net als een werknemer, voor slechts één aannemer werkt. Voor wie wel echt onderneemt en investeringen doet of altijd weer op zoek is naar nieuwe projecten verandert er niets.

Werkgevers zullen duurder uit zijn. Maar ze ontkomen voorlopig aan het doemscenario van de niet-flexibele vaste krachten. Ze hoeven de 'afgekeurde' zzp'er voorlopig niet in vaste dienst te nemen. Daarmee maakt de bgl niet meteen een eind aan de doorgeschoten flexibilisering die minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil aanpakken. Maar de schijnzelfstandige wordt een stuk minder kwetsbaar.

 

Eind goed, al goed?

De direct betrokkenen klagen steen en been. 'Een toename van de administratieve rompslomp', klinkt het onder zzp-belangenbehartigers. 'Heksenjacht op zzp'ers', roept werkgeversclub VNO-NCW. Voorspelbare reacties, vindt econoom Ronald Dekker van de Universiteit van Tilburg. 'Met de var was het te gemakkelijk om onder de regels uit te komen.' Van de bgl zal vooral een afschrikkende werking uitgaan, verwacht Dekker.

De goede afloop hangt vooral af van de naleving. Daar hebben de direct belanghebbenden een punt: op de var werd amper gecontroleerd. Dat wordt met de bgl makkelijker, verwacht de Belastingdienst. Bij de controle van een bedrijf krijgt de Belastingdienst meteen een groep zzp'ers in het vizier. Het succes van de nieuwe bgl staat of valt dus met de controle: het mislukken van de var valt in elk geval toe te schrijven aan het gebrek daaraan.