Bron

College van de Rechten van de Mens

Achtergrond: armoede in Nederland neemt toe, kwetsbaarheid onder werkenden zichtbaar

18 december 2025

Na meerdere jaren van afname is het aantal mensen dat in armoede leeft in Nederland weer gestegen.

Volgens recente cijfers leefden in 2024 circa 551.000 mensen onder de armoedegrens, wat neerkomt op ongeveer 3 procent van de bevolking, De mate waarin armoede voorkomt verschilt sterk per gemeente, met relatief hoge percentages in zowel grote steden als enkele grensregio’s. Naast deze groep is er een aanzienlijke categorie huishoudens die net boven de armoedegrens uitkomt. Het gaat om ruim een miljoen mensen met een inkomen tot circa 125 procent van die grens en een beperkte financiële buffer.

Hoewel zij formeel niet als arm worden aangemerkt, ervaren zij in de praktijk vaak vergelijkbare financiële problemen.

Uit het rapport blijkt dat financiële kwetsbaarheid zich vertaalt in concrete beperkingen in het dagelijks leven. Veel huishoudens hebben moeite om onverwachte uitgaven op te vangen, kampen met betalingsachterstanden of kunnen nauwelijks reserveren voor noodzakelijke kosten zoals kleding, wonen of zorg. Het risico op schulden en langdurige financiële problemen is in deze groepen aanzienlijk groter.

Ook kinderen worden geraakt. In 2024 groeide ruim één op de tien minderjarigen op in een gezin met een zwakke financiële positie. Hoewel aanvullende inkomensmaatregelen een verdere stijging hebben afgeremd, blijft het aandeel kinderen in kwetsbare huishoudens hoog.

Binnen de werkende bevolking zijn de verschillen eveneens groot. Zelfstandigen zonder personeel lopen aantoonbaar meer risico op armoede dan werknemers. Dat geldt in het bijzonder voor sectoren met flexibele arbeid en onzekere inkomens, waaronder cultuur, recreatie en aanverwante dienstverlening. Tegelijkertijd wijzen maatschappelijke organisaties erop dat de officiële cijfers waarschijnlijk een onderschatting zijn, omdat bepaalde kosten en groepen niet volledig worden meegenomen in de metingen.

Internationale toezichthouders en het College voor de Rechten van de Mens benadrukken daarom het belang van bredere en meer verfijnde meetmethoden, zodat armoede en bestaansonzekerheid beter in beeld komen en beleid hier effectiever op kan aansluiten.

Waarom kan dit relevant zijn voor VNPF-leden?

Voor VNPF-leden zijn deze ontwikkelingen op meerdere niveaus van belang. De cijfers laten zien dat financiële kwetsbaarheid toeneemt, ook onder werkenden en zelfstandigen in sectoren met flexibele arbeid, waaronder cultuur en evenementen. Dat raakt direct aan de arbeidsmarkt waar poppodia en festivals deel van uitmaken, met gevolgen voor fair pay, duurzame inzetbaarheid en goed werkgeverschap.

Daarnaast heeft bestaansonzekerheid effect aan de publiekskant. Wanneer grotere groepen huishoudens moeite hebben om rond te komen of nauwelijks financiële buffers hebben, vertaalt zich dat in terughoudender bestedingsgedrag. Dit kan bijdragen aan dalende bezoekersaantallen en lagere bestedingen aan horeca en nevenverkoop, ontwikkelingen die veel leden momenteel ervaren. Cultureel bezoek is voor veel mensen geen vaste last, maar een discretionaire uitgave die onder druk komt te staan bij financiële onzekerheid.

Inzicht in bredere armoede- en inkomensontwikkelingen helpt leden om deze trends beter te duiden, zowel intern als richting gemeenten, fondsen en andere partners. Het plaatst teruglopende publieksinkomsten niet alleen in een sectorale context, maar ook in een maatschappelijke realiteit die van invloed is op draagvlak, toegankelijkheid en publieksbereik.