https://www.mejudice.nl/
Artificial Intelligence kan ongelijkheid vergroten: ”De omvang is vooralsnog beperkt, maar de richting is duidelijk”
9 april 2026
AI had tussen 2006 en 2018, nog voor de komst van onder andere ChatGPT, een gering positief netto-effect op het arbeidsinkomen en de werkgelegenheid.
De netto positieve effecten, als een hoger loon, concentreren zich bij theoretisch opgeleiden. Zonder gerichte scholing kan AI de ongelijkheid op de arbeidsmarkt daarmee vergroten. De Nederlandse economie staat voor een dubbele uitdaging. Allereerst stagneert de arbeidsproductiviteitsgroei (Janssen en Butler, 2024; SER, 2025) en ten tweede kampt de arbeidsmarkt met krapte (Ebregt, Jongen en Scheer, 2022). Kunstmatige intelligentie (AI) biedt een mogelijke oplossing voor beide uitdagingen. AI wordt vaak gezien als een technologie die zowel productiviteit kan verhogen, doordat zij arbeid in veel taken aanvult, als arbeidsmarktkrapte kan verlichten, doordat zij in andere taken arbeid (gedeeltelijk) vervangt.
Tegelijkertijd roept AI zorgen op over verdringing en toenemende ongelijkheid (Autor, 2015). Nieuwe technologie kan bestaande taken en beroepen overbodig maken, waardoor werknemers zich moeten omscholen of hun baan verliezen. Daarnaast verandert AI de vraag naar vaardigheden, wat het risico op mismatches op de arbeidsmarkt vergroot. Hoewel technologische vooruitgang ook nieuwe taken en beroepen creëert, kunnen de baten zich concentreren bij een beperkte groep bedrijven en hooggekwalificeerde werknemers. Zonder tijdige aanpassing kan dit leiden tot grotere inkomensverschillen en een schevere verdeling van kansen op de arbeidsmarkt. Welke van deze effecten overheerst, is uiteindelijk een empirische vraag.
In dit artikel analyseert Mejudice wat de opkomst van AI tot nu toe heeft betekend voor werkgelegenheid en het arbeidsinkomen in Nederland. Het gaat daarbij om vroege, kortetermijneffecten van een technologie die zich nog snel ontwikkelt. De relatief recente doorbraak van generatieve AI, zoals ChatGPT en vergelijkbare modellen, valt buiten de analyseperiode, waardoor de resultaten niet zonder meer naar de toekomst kunnen worden doorgetrokken.