AWVN
Cao-lonen stijgen nog altijd stevig, maar aandacht voor ontwikkeling en toekomstbestendigheid blijft achter
4 augustus 2026
De gemiddelde cao-loonafspraak kwam in de eerste helft van 2026 uit op 3,3 procent.
Dat is lager dan in dezelfde periode vorig jaar, maar historisch gezien nog altijd een hoog niveau. Tegelijkertijd blijft inflatie een grote rol spelen in cao-onderhandelingen. Dat blijkt uit de tussenevaluatie van het cao-jaar 2026 van werkgeversvereniging AWVN.
Volgens AWVN begon het jaar met een dalende trend in de loonafspraken. Door geopolitieke onrust en oplopende energieprijzen namen de inflatieverwachtingen echter opnieuw toe. Daardoor kwam ook de druk op de cao-tafels weer verder op te lopen.
Inflatie blijft bepalend
In veel cao-onderhandelingen lijkt een structurele loonstijging van ongeveer 3 procent inmiddels als ondergrens te worden gezien. Daarbij wordt volgens AWVN relatief weinig gebruikgemaakt van alternatieven, zoals eenmalige uitkeringen, nominale verhogingen of gerichte compensatie voor specifieke kosten.
Voor werknemers betekent dit dat de koopkracht nadrukkelijk onderdeel blijft van het cao-overleg. Voor werkgevers blijft tegelijkertijd de vraag spelen hoe structurele loonstijgingen op langere termijn kunnen worden gefinancierd.
Meer aandacht voor werk en privé, minder voor ontwikkeling
Naast loon worden in cao’s vaker afspraken gemaakt over onderwerpen als werk-privébalans, mantelzorg, reservisten en de regeling voor vervroegd uittreden.
Opvallend is volgens AWVN dat afspraken over scholing, duurzame inzetbaarheid, vaardigheden voor de toekomst en het gebruik van nieuwe technologie, waaronder kunstmatige intelligentie, relatief beperkt blijven.
Juist in een arbeidsmarkt met personeelstekorten, vergrijzing en snelle technologische veranderingen zijn dergelijke afspraken van belang. Voor zowel organisaties als medewerkers kan investeren in kennis, vaardigheden en ontwikkeling bijdragen aan duurzame inzetbaarheid en aantrekkelijk werkgeverschap.
Cao-overleg wordt harder
AWVN signaleert daarnaast dat de verhoudingen aan de cao-tafel onder druk staan. Vier op de tien cao-akkoorden zouden inmiddels tot stand komen na een eindbod van een van de partijen. Ook worden cao’s gemiddeld voor kortere periodes afgesloten.
Daarmee ontstaat volgens AWVN het risico dat cao-overleg steeds meer gericht raakt op de korte termijn, terwijl juist afspraken over ontwikkeling, arbeidsmarkt, productiviteit en duurzame inzetbaarheid een langere adem vragen.
De tussenevaluatie laat daarmee een herkenbaar spanningsveld zien: loon en koopkracht blijven belangrijk, maar tegelijkertijd groeit de noodzaak om in cao’s ook afspraken te maken die werknemers en organisaties op langere termijn sterker maken.