rechtspraak.nl, NOS.nl, ZIPconomy.nl, fd.nl, fnv.nl
Gerechtshof Amsterdam: status Uber-chauffeurs niet groepsgewijs vast te stellen, relevante lijn van de Hoge Raad bevestigd
29 januari 2026
Er is opnieuw veel aandacht voor de juridische status van platformwerk.
In de langlopende Uber-zaak (FNV tegen Uber) heeft het Gerechtshof Amsterdam op 27 januari 2026 geoordeeld dat de arbeidsrechtelijke status van Uber-chauffeurs niet “groepsgewijs” kan worden vastgesteld in de collectieve procedure van FNV. Het hof wijst de vorderingen van FNV daarom af.
Achtergrond
Wat zegt het Gerechtshof nu
-
Het hof kan in deze collectieve procedure niet vaststellen dat alle Uber-chauffeurs (of bepaalde groepen chauffeurs) werknemer zijn. Volgens het hof zijn de individuele omstandigheden te uiteenlopend en ontbreken er in deze procedure onvoldoende gegevens om dat groepsgewijs te kunnen beslissen.
-
Over zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber meededen, oordeelt het hof wél: zij zijn zelfstandig ondernemer en geen werknemer. Het hof noemt daarbij factoren zoals investeringen (bijvoorbeeld in de auto), vrijheid in werktijden, strategie rond het wel/niet accepteren van ritten en bijbehorende verdiensten, en risico’s zoals aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.
Waarom weegt “ondernemerschap” zo zwaar?
-
alle omstandigheden van het geval in samenhang moeten worden gewogen (geen vaste rangorde);
-
ondernemerschap een volwaardig gezichtspunt is en in een concreet geval zelfs doorslaggevend kan zijn;
-
het kan gebeuren dat twee werkenden vergelijkbaar werk doen, maar toch verschillend kwalificeren (de één werknemer, de ander zzp’er), afhankelijk van de omstandigheden.
Reacties in de media
Uber noemt de uitspraak helder en geeft aan het gesprek met bonden te willen voeren over bescherming van zelfstandigen, niet noodzakelijk via een werkgever-werknemerrelatie.