personeelsnet.nl
Gevolgen coalitieakkoord voor HR en werkgevers 2026–2030
26 februari 2026
Door de maatregelen van het Kabinet Jetten, daalt de koopkracht een beetje, de inkomenszekerheid neemt af en de arbeidsmarkt verandert merkbaar.
Het kabinet bezuinigt miljarden, vooral om de groeiende uitgaven de voor Defensie mogelijk te maken. Dat gaan werkende Nederlanders in hun portemonnee merken, vooral werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt en middengroepen.
Dat blijkt uit de analyse door het Centraal Planbureau (CPB) https://www.cpb.nl/publicatie/analyse-coalitieakkoord-2026-2030 dat de maatregelen uit het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD heeft doorgerekend.
Waar moeten werkgevers en HR rekening mee houden?
- lagere sociale zekerheid
- hogere lasten op arbeid
- veranderingen in zorg, WW, Ontslagkosten, AOW en arbeidsongeschiktheid
Wat verandert er voor de koopkracht en inkomenszekerheid?
- De mediane koopkracht daalt met 0,4% per jaar door de maatregelen uit het coalitieakkoord.
- Uiteindelijk resteert gemiddeld nog 0,2% koopkrachtgroei per jaar.
- Lagere inkomens gaan er iets meer op achteruit dan hogere inkomens.
- Het aandeel mensen in armoede stijgt van 2,5% naar 2,7% in 2030
- Beperkte indexatie van belastingschijven en heffingskortingen, waardoor werknemers eerder in een hogere belastingschijf terechtkomen.
- Verhoging van het eigen risico naar €520 in 2030.
- Verlaging van het maximumdagloon met 20% per 2029. Dit heeft negatieve gevolgen voor werknemers met hogere inkomens die in een (WW- of WIA-) uitkering terechtkomen.
- Voor HR betekent dit taaklastverzwaring, omdat werknemers zich mogelijk extra gaan verzetten tegen maatregelen rond ontslag en ziekteverzuim.
Wat verandert er in WW en WIA?
- Kortere WW-duur van 2 naar 1 jaar.
- Vertraagde opbouw van WW-rechten.
- Strengere referte-eis.
- Lagere loongerelateerde uitkeringen.
- Afschaffing van de IVA voor nieuwe gevallen.
- Verlaging maximumdagloon met 20% per 2029
- Werkgelegenheid stijgt gemiddeld met 0,1%-punt per jaar.
- Werkloosheid in 2030 komt uit op 4,2% (0,2%-punt lager dan basispad).
- Reële cao-loongroei daalt met 0,1%-punt per jaar.
- Structurele werkgelegenheid in uren stijgt met 1,3%.
- Structurele werkgelegenheid in personen stijgt met 1,2%
- Langer doorwerken wordt structureel.
- Meer nadruk op inzetbaarheid oudere werknemers.
- Minder inkomenszekerheid bij uitval.