Kabinet bevriest verdere herverdeling gemeentefonds tot 2029

4 juni 2026

Het kabinet neemt het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over om meer onderzoek te doen naar de verdeling van het gemeentefonds.

Daarom wordt het huidige ingroeipad van de herverdeling voor 2027 en 2028 bevroren. Gemeenten krijgen daarmee meer duidelijkheid over hun financiële positie op de korte termijn. Het gemeentefonds is een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. De discussie gaat niet over de omvang van het fonds, maar over de manier waarop het beschikbare geld over gemeenten wordt verdeeld.

Het verdeelmodel moet ervoor zorgen dat gemeenten, ondanks verschillen in lokale omstandigheden, een vergelijkbaar voorzieningenniveau kunnen bieden.

Huidige situatie blijft voorlopig gehandhaafd

Sinds de invoering van een nieuw verdeelmodel in 2023 wordt gewerkt aan verdere verbetering van de verdeling. Uit onderzoeken en adviezen van de ROB en de VNG blijkt echter dat meer tijd nodig is voordat grotere wijzigingen verantwoord kunnen worden doorgevoerd. Het kabinet volgt daarom het advies om de huidige situatie vooralsnog te handhaven.

Voor gemeenten betekent dit dat de herverdeeleffecten in 2027 en 2028 worden bevroren op het niveau van 2026. De bedragen groeien wel mee met de reguliere indexatie. Een volgende stap in het ingroeipad wordt op zijn vroegst voorzien per 1 januari 2029.

Twee beperkte wijzigingen per 2027

Wel worden per 2027 twee technische aanpassingen doorgevoerd. Het gaat om een gewijzigde berekening van huishoudens met een laag inkomen en een actualisering van de rekentarieven voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Volgens het kabinet zorgen deze wijzigingen voor een verdeling die beter aansluit bij de praktijk, terwijl de financiële gevolgen voor gemeenten beperkt blijven.

Mogelijke gevolgen voor cultuurbeleid

Voor podia en festivals is deze ontwikkeling vooral indirect van belang. Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de financiering van culturele voorzieningen, evenementen en lokale infrastructuur. Veranderingen in de financiële positie van gemeenten kunnen daardoor op termijn doorwerken in het lokale cultuurbeleid en de beschikbare middelen voor cultuur.