Bron

Rijksoverheid / LKCA

Hoe effectief is het beleid voor cultuureducatie?

19 april 2024

Op 26 maart stuurde staatssecretaris Gräper-van Koolwijk (ministerie van OCW) de Tweede Kamer drie onderzoeksrapporten over cultuureducatie.

Hoe staat het met de kwaliteit en kwantiteit van cultuureducatie in het onderwijs? Waar gaat het goed en waar hapert het? Onderzoekers pleiten onder andere voor een drastische vermindering van het aantal beleidsmaatregelen.

Ontdek hier direct:

Het gaat om de Periodieke rapportage cultuureducatiebeleid 2013-2022, de Monitor Cultuureducatie primair onderwijs 2022-2023 en de Monitor Cultuureducatie voortgezet onderwijs 2022-2023. Ook stuurt de staatssecretaris een onafhankelijk oordeel over de bevindingen van de periodieke rapportage. Zij geeft een korte toelichting bij de de periodieke rapportage.

Deze nieuwe studies laten zien waar het goed en minder goed gaat met cultuureducatie in het onderwijs. De Monitor cultuureducatie primair onderwijs en de Monitor cultuureducatie vo, beide over 2022-2023, beschrijven op basis van een vragenlijstonderzoek onder scholen en gesprekken met schoolleiders, cultuurcoördinatoren, docenten en ouders de meest actuele ontwikkelingen.

De derde studie, Resultaten van 10 jaar cultuureducatiebeleid – periodieke rapportage cultuureducatiebeleid 2013-2022, onderzocht in hoeverre het cultuureducatiebeleid in de afgelopen tien jaar doeltreffend en doelmatig is geweest. De onderzoeken werden verricht in opdracht van het ministerie van OCW, dat de resultaten gebruikt voor het opstellen van nieuw cultuureducatiebeleid. Belangrijke onderzoeken dus.

Primair onderwijs: nog te weinig samenhang

Uit de Monitor cultuureducatie primair onderwijs 2022-2023 rijst een positief beeld op. Verreweg de meeste scholen hebben een door directie en leerkrachten gedragen visie op cultuureducatie.

Bijna alle scholen hebben een cultuurcoördinator en steeds meer scholen zetten vakleerkrachten in. Groepsleerkrachten zijn over het algemeen zeer of redelijk deskundig om de meeste kunstdisciplines te doceren. Bij de samenhang tussen cultuurvakken onderling, tussen cultuurvakken en andere vakken en tussen binnen- en buitenschoolse cultuureducatie is het beeld diffuser. Dit is meestal nog geen gemeengoed. Hetzelfde geldt voor het werken met leerlijnen en methoden.

Er is een positieve samenhang tussen deelname aan stimuleringsregelingen (CmK, Impuls muziekonderwijs, School & Omgeving) en cultuurdeelname. Scholen die aan deze regelingen deelnemen doen het beter, bijvoorbeeld op het gebied van deskundigheidsbevordering.

Voortgezet onderwijs: weinig evaluaties

Ook in het voortgezet onderwijs heeft de meerderheid van de scholen een visie op cultuuronderwijs, blijkt uit de Monitor cultuureducatie vo 2022-2023. Bijna altijd bieden ze cultuuronderwijs aan, alleen in de uitstroomprofielen ‘arbeid’ en ‘dagbesteding’ van het voortgezet speciaal onderwijs is er weinig aandacht voor. Er is een positieve samenhang tussen het samenwerken met een CmK-penvoerder en een betere verankering van cultuuronderwijs.

Net als in het primair onderwijs komt het werken met doorgaande leerlijnen en samenwerking met andere vakken minder voor. Daar valt volgens de onderzoekers dan ook nog de meeste winst te behalen; hun aanbevelingen zijn vooral daarop gericht.

Minder dan de helft van de scholen evalueert het proces en de opbrengsten van het cultuuronderwijs. Als evaluaties al plaatsvinden dan zijn ze kwalitatief van aard, blijven ze beperkt tot een bespreking in de eigen vakgroep, en worden ze niet schriftelijk vastgelegd.

Vooruitgang

Mede op basis van deze onderzoeken concluderen de onderzoekers van de Periodieke rapportage cultuureducatiebeleid 2013-2022 dat er vooruitgang is geboekt. Verbeterd zijn het stimuleren van cultuurdeelname, de professionalisering van cultuuronderwijs, de aandacht voor muziekonderwijs op de pabo, de ontwikkeling van doorlopende leerlijnen en het bevorderen van mediawijsheid.

Maar de onderzoekers kunnen niet aantonen dat er ook daadwerkelijk een causale relatie is tussen het landelijke cultuureducatiebeleid en de ontwikkelingen in het cultuuronderwijs. De beschikbare evaluaties richten zich vooral op percepties en meningen, er ontbreken nulmetingen en er zijn te weinig harde cijfers en causale verbanden om de doelmatigheid van de maatregelen vast te stellen. De onderzoekers durven al helemaal geen uitspraken te doen over de doelmatigheid van het beleid: staat het bestede geld in verhouding tot de geleverde prestaties en effecten?

Aanbevelingen

De onderzoekers doen aanbevelingen voor toekomstig beleid. Die komen vooral voort uit de complexiteit van het beleid zoals dat de afgelopen tien jaar is ontstaan. Dit bestaat uit het wettelijk kader van kerndoelen, bekwaamheidseisen, de prestatiebox en het toezichtkader van de onderwijsinspectie.

Daarnaast werkt de overheid met bovenwettelijke stimulering. Dat doet zij via maatregelen die niet zijn vastgelegd in de wet. Zoals het subsidieprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK), de Cultuurkaart VO en MBO en de Impuls Filmeducatie. Hierbij fungeert CmK als basis. Met deze beleidsmix streeft de overheid naar kwaliteitsverbetering en naar meer deelname van leerlingen aan (betere) cultuureducatie.

Totale uitgaven

Deze mix van maatregelen werd steeds breder en complexer. Er kwamen steeds meer bovenwettelijke maatregelen. Die hangen onderling samen, maar staan ook deels op zichzelf en werken elkaar soms tegen. De totale uitgaven aan het cultuureducatiebeleid zijn gestegen van 44,6 miljoen euro in 2013 naar 57,7 miljoen euro in 2022, waarbij voornamelijk wordt geïnvesteerd in bovenwettelijke en nauwelijks in wettelijke maatregelen.

De onderzoekers bevelen aan alternatieve scenario’s op te stellen voor de ontwikkeling van cultuuronderwijs. De overheid zou een integrale visie op cultuureducatie moeten opstellen en daarbij helder aangeven welke positie cultuuronderwijs inneemt in het toekomstig curriculum. Zij pleiten voor een eenvoudiger en overzichtelijker beleid, met name door het drastisch verminderen van het aantal bovenwettelijke beleidsmaatregelen.

Het beleid zou ook minder vrijblijvend moeten, en kunstvakdocenten zouden steviger moeten worden gepositioneerd. Zij verdienen een vaste plek in het onderwijs, bijvoorbeeld middels een vaste aanstelling bij een schoolbestuur. Ook adviseren zij meer aandacht voor cultuuronderwijs in de lerarenopleidingen.

Aanbevelingen

  • Stel alternatieve overheidsscenario’s op voor de ontwikkeling van cultuuronderwijs;
  • Ontwikkel een integrale visie op cultuureducatie en de plek in het curriculum;
  • Ontwerp een eenvoudiger, overzichtelijker en minder vrijblijvend cultuureducatiebeleid;
  • Kunstdocenten verdienen een vaste plek in het onderwijs, bijvoorbeeld middels een vaste aanstelling;
  • Meer aandacht voor cultuuronderwijs in de lerarenopleidingen.