Krapte hét grote arbeidsmarktvraagstuk – en we zijn er niet klaar voor

De spanning op de arbeidsmarkt neemt steeds verder toe. AWVN heeft onderzocht wat werkgevers hiervan merken.

Uit dit onderzoek onder ruim 400 werkgevers blijkt dat de krapte tot recordhoogte is gestegen en dat deze zijn piek nog niet heeft bereikt. 9 op de 10 werkgevers geeft aan dat zij momenteel personeelstekorten ervaren en maar liefst 94% van de werkgevers verwacht dat deze tekorten het komende jaar aanblijven of toenemen.

Krapte raakt iedereen
Ook geven vrijwel alle werkgevers uit dit onderzoek aan de negatieve gevolgen van krapte te ondervinden. De belangrijkste problemen: werkdruk en overwerk, kwaliteit van producten en diensten onder druk, en het niet kunnen leveren van producten en diensten. De krapte schaadt dus niet alleen organisaties zelf, maar ook werknemers en consumenten.

Alles uit de kast
Werkgevers halen van alles uit de kast om krapte te verminderen. Zo voeren ze financiële maatregelen door als aanbrengpremies en hogere beloningen van nieuwe en bestaande medewerkers. Ook huren ze zzp’ers en uitzendkrachten in om pieken op te vangen en richten ze werkprocessen anders in. Daarnaast zorgen werkgevers voor aantrekkelijk werk door extra ontwikkelkansen te bieden, hybride werken te ondersteunen en een goede werk-privébalans te stimuleren.

Met meer belonen alleen komen we er niet
Dit onderzoek laat zien dat werkgevers bereid zijn meer te betalen om werknemers binnen te halen en behouden. Tegelijkertijd waarschuwen werkgevers voor het ontsporen van de onderlinge salarisconcurrentie. Meer betalen leidt immers niet automatisch tot meer aanbod van mensen en veroorzaakt bovendien scheve beloningsverhoudingen binnen bedrijven en sectoren.

Het volgende grote arbeidsmarktvraagstuk
AWVN onderstreept daarom dat we buiten de gebaande paden moeten denken om de personeelstekorten te verminderen. Zeker nu we weten dat door voortgaande vergrijzing en grote maatschappelijke opgaven als de klimaattransitie de krapte aanblijft.

  • Meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk krijgen en houden;
  • Inzetten op stage- en traineeplekken om het talent van de toekomst te ontwikkelen;
  • Meer uren werken actiever aanbieden en aantrekkelijker maken;
  • Werkdruk verlagen, o.a. door roosteraanpassingen en een goede werk-privébalans.

Werkgevers kunnen zelf veel doen, maar alleen kunnen ze het niet. Ook in het overleg met werknemers, vakbonden en de OR zal ruimte moeten zijn om hierover afspraken te maken.

Randvoorwaarden nog niet op orde
De bal ligt niet alleen bij werkgevers en werknemers. De randvoorwaarden waarbinnen de arbeidsmarkt functioneert zijn nog niet op orde. Op korte termijn kunnen we beter bestand zijn tegen krapte door:

  • Drempels te verlagen om beroepen uit te oefenen waar hoge toegangseisen voor zij-instromers gelden of waar mensen met buitenlandse diploma’s niet toegelaten worden.
  • Regels en instrumenten vereenvoudigen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan te nemen en te ondersteunen.

Bovendien moeten we voor de langere termijn een aantal knelpunten oplossen:

  • (Meer) werken loont nog onvoldoende, door de hoge lasten op arbeid en door de complexe toeslagen, waardoor mensen te weinig reden zien om (meer) te gaan werken.
  • De mismatch tussen vraag en aanbod is hardnekkig. Vooral schoolverlaters met een beroepsopleiding beschikken nog niet altijd over de benodigde vaardigheden.
  • De afstemming van publieke voorzieningen op een arbeidsmarkt waarin meer uren werken gewoon is, bijvoorbeeld door de kinderopvang toegankelijker te maken.
  • Het ontbreken van een infrastructuur voor leren, ontwikkelen en van-werk-naar-werk, waardoor de overstap van overschot- naar krapteberoepen nog te lastig is.

Het noodsignaal serieus nemen
We moeten het noodsignaal serieus nemen dat werkgevers uitzenden over de krapte. AWVN zal zich daarom de komende periode inzetten om de krapteproblematiek én de oplossingen onder de aandacht te brengen van praktijk, polder en politiek.