Bron

Highberg / Movisie

Landelijk onderzoek naar ongewenst gedrag op de werkvloer: wat valt op in vergelijking met de muzieksector?

12 oktober 2026

Bijna één op de vijf Nederlandse werknemers heeft het afgelopen jaar ongewenst gedrag ervaren.

Dat blijkt uit de Benchmark Ongewenst Gedrag op de Werkvloer 2026 van adviesbureau Highberg. Het onderzoek laat zien dat ongewenst gedrag een hardnekkig probleem blijft en dat de opvolging van meldingen aandacht verdient. Een vergelijking met recent onderzoek van Movisie naar grensoverschrijdend gedrag in de Nederlandse muzieksector laat interessante overeenkomsten en verschillen zien.

Ontdek hier direct:

Ongewenst gedrag blijft hardnekkig probleem

Voor de benchmark onderzocht Highberg de ervaringen van 2.143 Nederlandse werknemers. Van hen geeft 18% aan in het afgelopen jaar ten minste één vorm van ongewenst gedrag te hebben ervaren. Dat aandeel is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd. Sinds 2022 schommelt het tussen 17% en 19%.

Verbale intimidatie (10%) en pesten (9%) worden het vaakst genoemd. Daarna volgen discriminatie (5%), seksueel grensoverschrijdend gedrag (4%) en fysieke intimidatie (4%). Ongeveer een derde van de werknemers die ongewenst gedrag ervaren, krijgt te maken met meerdere vormen.

De uitkomsten verschillen per sector. In de collectieve sector (22%), industrie en nijverheid (20%) en gezondheidszorg (20%) ligt het aandeel werknemers dat ongewenst gedrag rapporteert relatief hoog.

Mannen en vrouwen ervaren even vaak ongewenst gedrag

Een opvallende uitkomst is dat mannen en vrouwen even vaak aangeven ongewenst gedrag te hebben ervaren: in beide groepen gaat het om 18%. Wel verschillen de vormen van gedrag waarmee zij te maken krijgen. Mannen rapporteren iets vaker verbale en fysieke intimidatie en pesten. Vrouwen krijgen iets vaker te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Ook andere persoonskenmerken hangen samen met verschillen in ervaringen. Zo rapporteert 28% van de werknemers met een fysieke of mentale beperking ongewenst gedrag, tegenover 14% van werknemers zonder beperking. Onder LHBTIQ+-werknemers bedraagt dit aandeel 22%, tegenover 16% onder heteroseksuele werknemers.

Jongere werknemers tot en met 29 jaar rapporteren relatief vaak seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Opvolging van meldingen blijft aandachtspunt

Van de werknemers die ongewenst gedrag hebben ervaren, geeft 73% aan dit te hebben gemeld. De leidinggevende is daarbij het meest genoemde aanspreekpunt.

De tevredenheid over de opvolging van meldingen is beperkt. Van de melders is 44% tevreden over de genomen vervolgstappen, 30% ontevreden en 27% neutraal. Vooral onder jonge werknemers valt de lage tevredenheid op: van de melders tot en met 29 jaar is slechts 8% tevreden over de opvolging.

Het onderzoek wijst daarmee op het belang van niet alleen toegankelijke meldmogelijkheden, maar ook een zorgvuldige behandeling en opvolging van meldingen.

Verband met inclusie en vertrekintentie

Werknemers die ongewenst gedrag hebben ervaren, voelen zich minder vaak geïncludeerd binnen hun organisatie dan werknemers zonder dergelijke ervaringen: 44% tegenover 73%.

Ook zijn er duidelijke verschillen in betrokkenheid en vertrekintentie. Van de werknemers die ongewenst gedrag hebben ervaren, geeft 51% aan van werkgever te willen veranderen, tegenover 22% van de werknemers die dit niet hebben meegemaakt.

Het onderzoek laat hiermee een duidelijke samenhang zien tussen ongewenst gedrag en de binding met de werkgever. Het toont echter niet aan dat deze verschillen uitsluitend door ongewenst gedrag worden veroorzaakt.

Vergelijking met onderzoek naar de muzieksector

In juni 2026 publiceerde Movisie het rapport Schuivende normen, hardnekkige structuren, uitgevoerd in opdracht van Taskforce GO!. Daarvoor werden 935 mensen bevraagd die actief zijn in de Nederlandse muzieksector, waaronder werknemers, freelancers en vrijwilligers.

Movisie onderzocht ervaringen met grensoverschrijdend gedrag over een periode van drie jaar (2023–2026). Van de respondenten gaf 30% aan in die periode zelf grensoverschrijdend gedrag te hebben ervaren.

De onderzoeksresultaten zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar. Highberg en Movisie hanteren verschillende meetperioden, onderzoekspopulaties, definities en vraagstellingen. Bovendien verschilt de manier waarop respondenten zijn geworven. De percentages kunnen daarom niet worden gebruikt om vast te stellen of grensoverschrijdend gedrag in de muzieksector vaker voorkomt dan op de Nederlandse arbeidsmarkt als geheel.

Toch vallen bij het naast elkaar leggen van beide onderzoeken enkele zaken op.

Groter verschil tussen mannen en vrouwen in de muzieksector

Waar Highberg landelijk geen verschil vindt in het totale aandeel mannen en vrouwen dat ongewenst gedrag ervaart (beide 18%), laat het onderzoek van Movisie een ander beeld zien. Daar rapporteert 49% van de vrouwelijke respondenten ervaringen met grensoverschrijdend gedrag, tegenover 16% van de mannelijke respondenten.

Dat verschil is aanzienlijk. Door de verschillende meetperioden en onderzoeksmethoden kan hieruit echter niet worden geconcludeerd dat de verschillen tussen mannen en vrouwen in de muzieksector daadwerkelijk groter zijn dan landelijk. Wel vormt het een interessante uitkomst voor nader onderzoek.

Lagere tevredenheid over meldafhandeling bij Movisie

Ook bij de tevredenheid over de opvolging van meldingen zijn verschillen zichtbaar.

Bij Highberg is 44% van de melders tevreden, tegenover 30% die ontevreden is. Bij Movisie geeft 25% van de respondenten aan tevreden te zijn over de afhandeling, terwijl 35% ontevreden is en 40% ‘weet ik niet’ antwoordt.

De onderzoeken gebruiken verschillende definities van melden en verschillende antwoordcategorieën. Een directe vergelijking is daarom niet mogelijk. Wel laten beide onderzoeken zien dat de opvolging van meldingen een belangrijk aandachtspunt blijft.

Informeel melden en de positie van freelancers

Movisie biedt daarnaast meer inzicht in de manier waarop mensen grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar maken. Van de respondenten die een eigen ervaring hadden besproken of gemeld, had 40% deze uitsluitend in de eigen vertrouwde kring gedeeld, 39% een informele melding gedaan en 21% een officiële, schriftelijk vastgelegde melding.

Het onderzoek maakt daarmee duidelijk dat het bespreken van ongewenst gedrag niet hetzelfde is als het doen van een formele melding.

Ook besteedt Movisie specifiek aandacht aan freelancers en andere werkenden zonder vast dienstverband. Hun positie kan kwetsbaar zijn door afhankelijkheidsrelaties, informele netwerken en het ontbreken van duidelijke meldroutes. Deze omstandigheden komen in de landelijke benchmark van Highberg niet afzonderlijk aan bod.

Onderzoeken vullen elkaar aan

De beide onderzoeken schetsen op hoofdlijnen een vergelijkbaar beeld: ongewenst en grensoverschrijdend gedrag blijft een relevant vraagstuk, bepaalde groepen rapporteren vaker ervaringen en de opvolging van meldingen vraagt aandacht.

Highberg biedt een breed landelijk referentiekader. Movisie geeft meer inzicht in de specifieke arbeidsverhoudingen, afhankelijkheidsrelaties en meldpraktijk binnen de muzieksector.

Voor de VNPF onderstrepen de bevindingen het belang van blijvende aandacht voor sociale veiligheid bij poppodia en festivals, in samenwerking met onder meer Taskforce GO! en Mores. Daarbij gaat het niet alleen om het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag, maar ook om toegankelijke meldroutes, zorgvuldige opvolging en aandacht voor de positie van verschillende groepen werkenden.

De vergelijking laat bovendien zien hoe waardevol het zou zijn om bij toekomstig onderzoek in de muzieksector meer aan te sluiten bij landelijke definities, meetperioden en vraagstellingen. Dat zou een beter onderbouwde vergelijking met andere sectoren mogelijk maken.