Modelovereenkomsten “Individuele artiest” en “Artiestengezelschap” zijn verlengd tot 22 december 2026

De Belastingdienst heeft de geldigheid van twee goedgekeurde modelovereenkomsten verlengd, namelijk van “Individuele artiest” en “Artiestengezelschap”. 

Zie hier:

De oorspronkelijke overeenkomsten waren van 7 oktober 2015 en hadden een geldigheidsduur van 5 jaar, dus waren verlopen. De nieuwe geldigheidsduur is wederom 5 jaar, nu tot 22 december 2026. Hieronder een vijftal aandachtspunten.

  1. Eén toevoeging aan eerdere overeenkomsten
    De overeenkomsten zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2015, behalve één toevoeging, namelijk art. 4 waarin de fictieve dienstbetrekkingen van thuiswerkers en andere gelijkgestelden worden uitgesloten. In 2015 was dat nog niet mogelijk, deze optie is pas later ontwikkeld voor modelovereenkomsten.
     
  2. Bedoeld om uit de artiestenregeling te stappen (ter vervanging van VAR-WUO)
    In oktober 2015 waren dit modelovereenkomsten die gemakkelijk werden goedgekeurd, want het ging over het uitstappen uit de artiestenregeling en die is pas van toepassing als vaststaat dat de artiest (of het gezelschap) niet als werknemer in gewone dienstbetrekking werkt. Zie art. 5a, lid 3 Wet op de loonbelasting. De modelovereenkomsten waren bedoeld als vervanging van de VAR-WUO, waarmee tot 1 mei 2016 uit de artiestenregeling gestapt kon worden.
     
  3. Maar achterhaald door art. 3bis Uitvoeringsbesluit LB (alleen tekst op factuur is al voldoende)|
    Vervolgens bleek in november/december 2015 dat veel artiesten zo’n extra overeenkomst invullen en ondertekenen teveel administratief gedoe vonden. Zij maakten hun afspraken vaak per e-mail en dat was voldoende voor het optreden, maar nu moest er een echte overeenkomst bij komen. Daarvoor hebben zij in december 2015 geklaagd bij de Staatssecretaris van Financiën.
    Die kwam in januari 2016 met een vereenvoudiging, namelijk art. 3bis Uitvoeringsbesluit LB. Het was daarmee al voldoende als artiest en organisator samen afspraken dat de artiestenregeling niet van toepassing zou zijn. De vorm daarvan maakte niet, als de afspraak maar voor de betaling gemaakt werd.
    All Arts Belastingadviseurs heeft dat opgepakt en twee teksten ontworpen waarmee de artiest laat weten uit de artiestenregeling te willen stappen. Als de organisator vervolgens de bruto gage uitbetaalt, is daarmee impliciet een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen, dus wordt voldaan aan art. 3bis Uitvoeringsbesluit LB.
    Die eenvoudigste van de twee teksten is (voor op de factuur):
    De artiest of het gezelschap heeft er voor gekozen om géén gebruik te maken van de artiestenregeling, dus om géén loonheffingen te laten afdragen en niet verzekerd te zijn voor de werknemersverzekeringen. Door deze keuze mag de opdrachtgever de gage voor het optreden bruto (als uitkoopsom) uitbetalen.
    Dit is inderdaad veel eenvoudiger dan een goedgekeurde modelovereenkomst invullen + ondertekenen. Dus bijna alle artiesten die bruto willen factureren en geen artiestenregeling willen toepassen, stappen eruit met deze tekst op hun factuur (of de uitgebreidere tekst in hun contract).
     
  4. Modelovereenkomsten zijn toch blijven bestaan / verlenging
    Toch worden die goedgekeurde modelovereenkomsten van oktober 2015 nog wel gebruikt, ook al is het niet zo vaak. Ze zijn dan ook blijven bestaan en na 5 jaar liep de geldigheidsduur af (in oktober 2020).
    De vraag was toen of deze verlengd moetsen worden en die vraag is een tijdje blijven liggen. Afgelopen zomer heeft All Arts echter toch het initiatief genomen om verlenging aan te vragen bij de Belastingdienst, waaruit deze goedkeuring is gekomen.
     
  5. Twee brieven en twee overeenkomsten, met en zonder geel gearceerde stukken
    Bovenaan dit stuk vinden jullie de goedgekeurde overeenkomsten. Het zijn twee PDF’s, waarin de brieven van de Belastingdienst zijn opgenomen, twee Word-files met de geel gearceerde, onmisbare onderdelen, en twee Wordfiles zonder die gele arcering.