HRpraktijk.nl
Nettoloon en werkgeverslasten lopen sterk uiteen tussen sectoren
5 februari 2026
Met de uitbetaling van de eerste lonen van 2026 worden grote verschillen tussen sectoren zichtbaar in zowel het nettoloon van werknemers als in de loonkosten voor werkgevers.
Bij een modaal inkomen van € 3.704 per maand varieert de stijging per sector van € 17 netto per maand in de zorg & welzijn tot € 31 per vier weken in de bouw. Werknemers die het wettelijk minimumuurloon verdienen, zien de grootste vooruitgang. Naast de belastingmaatregelen speelt hier de indexatie van het minimumuurloon een belangrijke rol: Per 1 januari 2026 is dit verhoogd van € 14,40 naar € 14,71 per uur.
Bij een 36-urige werkweek loopt de nettostijging uiteen van € 46 tot € 65 per maand, afhankelijk van de sector. In de bouw bedraagt de stijging € 39 netto per vier weken.
Bij een inkomen van twee keer modaal (€ 7.407) ligt de vooruitgang in de meeste sectoren tussen de € 32 en € 37 per maand. De uitzonderingen zijn transport en bouw. In de transportsector bedraagt de stijging € 22 per maand, terwijl werknemers in de bouw € 11 netto per vier weken extra ontvangen.
Deze lagere stijging hangt samen met het feit dat in deze sectoren het loon waarover maximaal pensioen mag worden opgebouwd per 2026 is verhoogd. Daardoor worden over een groter deel van het inkomen pensioenpremies ingehouden, dat het netto-effect drukt.