Bron

Stichting van de Arbeid

Nieuwe Q&A over RVU vanaf 2026: wat betekent dit voor werkgevers in de popsector?

19 maart 2026

De Stichting van de Arbeid heeft een nieuwe Q&A gepubliceerd over de RVU-regeling vanaf 1 januari 2026

Daarin staat hoe de structurele regeling voor zwaar werk eruitziet, welke fiscale ruimte er is, hoe validatie via TNO werkt en op welke punten kabinet en sociale partners de komende jaren gaan monitoren. De Q&A is afgestemd met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en is bijgewerkt op 1 februari 2026. 

Wat verandert er per 1 januari 2026?

Vanaf 2026 is RVU niet meer subsidiabel zoals dat onder de MDIEU-regeling het geval was. Wel blijft er een fiscale drempelvrijstelling bestaan voor werknemers met zwaar werk. Die vrijstelling kan worden toegepast tot maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd. Voor 2026 bedraagt die maximaal € 2.657 bruto per maand. In dat bedrag is de extra fiscale ruimte van € 300 bruto per maand voor knellende situaties al inbegrepen.

Daarmee verschuift de nadruk van tijdelijke subsidie naar structurele, gerichte toepassing. RVU is dus niet bedoeld als generieke uitstroomregeling, maar als instrument voor situaties waarin werknemers door zwaar werk de AOW-leeftijd moeilijk gezond kunnen halen.

Gericht afbakenen wordt de kern

Een belangrijk punt in de Q&A is dat cao-partijen en werkgevers hun RVU-regeling vanaf 2026 goed moeten afbakenen en onderbouwen. De doelgroep moet worden bepaald aan de hand van objectieve criteria voor zwaar werk. Die verantwoordelijkheid ligt nadrukkelijk bij cao-partijen en werkgevers zelf.

De Belastingdienst toetst daarbij niet of een regeling inhoudelijk voldoende gericht is op zwaar werk of al is gevalideerd. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de afbakening niet achteraf bij de fiscus ligt, maar vooraf bij de partijen die de regeling maken. De controle vindt later plaats via monitoring en ijkmomenten door SZW en sociale partners.

Wat is de rol van TNO?

TNO krijgt via het Expertisecentrum zwaar werk een rol bij de validatie van de onderbouwing van RVU-afspraken. TNO beoordeelt niet wie uiteindelijk recht heeft op de regeling, maar kijkt naar de gevolgde methodiek, de gebruikte expertise, de onderbouwing van belastende werkkenmerken en de inzet van maatregelen om risico’s te beperken. De uitkomst is een advies aan cao-partijen. De uiteindelijke afweging blijft dus bij de sector of werkgever zelf.

De Q&A maakt ook duidelijk dat cao-partijen niet hoeven te wachten tot het loket van TNO open is. Regelingen kunnen in beginsel al ingaan, mits zij inhoudelijk al zijn afgebakend en onderbouwd als regeling voor zwaar werk. Het validatieproces met TNO moet daarna wel alsnog worden doorlopen.

Let op bij de extra fiscale ruimte van € 300

De Q&A bevat daarnaast een praktisch aandachtspunt voor de formulering van de regeling. Als cao-partijen of werkgevers géén gebruik willen maken van de extra fiscale ruimte van € 300 bruto per maand voor knellende situaties, dan moet dat expliciet in de regeling worden opgenomen. Gebeurt dat niet, dan kan uit de tekst van de regeling mogelijk worden afgeleid dat een werknemer daar toch aanspraak op maakt.

Monitoring en ijkmomenten blijven belangrijk

De structurele RVU-regeling gaat gepaard met jaarlijkse monitoring en een driejaarlijks ijkmoment. Daarbij kijken kabinet en sociale partners onder meer naar de afbakening van de doelgroep, de gebruikte inkomensgrenzen, de onderbouwing van de extra fiscale ruimte, de koppeling met duurzame inzetbaarheid, alternatieven zoals verlofsparen en vitaliteitspacten, en het profiel van de deelnemers. Het eerste ijkmoment staat gepland voor de zomer van 2028.

Dat betekent dat de regeling niet alleen juridisch en fiscaal goed moet zijn ingericht, maar ook beleidsmatig uitlegbaar en inhoudelijk verdedigbaar moet zijn.

Komt er ook weer subsidie voor duurzame inzetbaarheid?

Ja. Volgens de Q&A komen er opnieuw subsidiemogelijkheden voor activiteiten rond duurzame inzetbaarheid, met name in relatie tot zwaar werk. Daarvoor worden overgebleven middelen uit de MDIEU-regeling benut. Meer duidelijkheid over onderwerpen, bedragen en voorwaarden wordt in de eerste helft van 2026 verwacht. Subsidie met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

Wat betekent dit voor VNPF-leden?

Voor werkgevers in de popsector is dit vooral een signaal om tijdig na te denken over de inhoudelijke basis van een eventuele RVU-regeling. Niet alleen de regeling zelf is van belang, maar ook de onderbouwing eronder. Denk aan een duidelijke afbakening van functies of werkzaamheden, het benutten van bestaande informatie zoals RI&E’s of andere deskundige documentatie, en de verbinding met breder beleid rond arbeidsomstandigheden en duurzame inzetbaarheid.

Ook is van belang dat een cao-afspraak niet per se noodzakelijk is: een werkgever kan in bepaalde gevallen ook op bedrijfsniveau of individueel een RVU-afspraak maken. Wel gelden ook dan dezelfde eisen rond gerichtheid op zwaar werk.

Zie de bijlage voor de Q&A