Nooit meer dansen? De veilige stad in tijden van pandemie

Op 14 oktober 2021 verscheen bij Boom Uitgevers Den Haag de bundel 'Nooit meer dansen? De veilige stad in tijden van pandemie'.

Na anderhalf jaar waarin persconferenties, beperkende maatregelen en nieuwe ontwikkelingen elkaar snel opvolgden, beoogt het boek een moment van reflectie om in het bijzonder de sociaal-maatschappelijke en juridische impact van de coronacrisis op de Nederlandse samenleving beter te begrijpen. Onderzoekers van de Boekmanstichting schreven één van de hoofdstukken, waarin een brede blik op de gevolgen voor de cultuursector en een analyse van steunmaatregelen wordt geboden. Onderstaande tekst is een uitgebreide samenvatting van dit hoofdstuk.

Het eerste deel van het hoofdstuk ‘Steun voor een sterk geraakte sector: over de impact van de coronacrisis en de steunmaatregelen op de culturele sector’ brengt de positieve én negatieve gevolgen van de coronacrisis op de culturele sector in kaart, zoals die tot en met april 2021 bekend waren. Om de gevolgen voor de diverse actoren in de sector scherp in beeld te krijgen, wordt daarbij gebruikgemaakt van de vier perspectieven zoals Pieter Bots die hanteert in zijn bespreking van het begrip culturele waarde (Bots 2017, 2021). Daarin onderscheidt hij het creërende, recipiërende, maatschappelijke en professionele perspectief. Deze perspectieven vormen in het hoofdstuk de lens waardoor gekeken wordt naar de gevolgen van de coronacrisis voor respectievelijk makers en instellingen, het publiek, de maatschappij en het culturele bestel.

Gevolgen van de coronacrisis
Vanuit het perspectief van makers en instellingen zijn het verlies van inkomsten en de mogelijke consequenties hiervan voor het toekomstige cultuuraanbod de belangrijkste negatieve gevolgen. Ook de complicaties die de coronacrisis met zich meebrengt voor internationale samenwerking en uitwisseling zijn voor veel makers een uitdaging. Daar staat tegenover dat dit ook kansen heeft geboden voor het nationale product, dat in sommige disciplines al jaren onder druk staat. De grootste kans is echter digitalisering: reeds enkele dagen na het begin van de coronacrisis begon de culturele sector noodgedwongen aan een proces van digitale innovatie dat tot op de dag van vandaag voortduurt.

Een belangrijke zorg vanuit het perspectief van het publiek is dat cultuur als gevolg van de coronacrisis minder toegankelijk is geworden of in de toekomst zal worden. Zo was er in 2020 minder ruimte voor cultuureducatie op scholen. Bovendien valt niet uit te sluiten dat culturele instellingen in overlevingsstand hun inspanningen op het gebied van diversiteit en inclusie op een lager pitje hebben gezet. De toegankelijkheid van het culturele aanbod komt tevens in het geding als culturele uitingen duurder zouden worden om opgelopen verliezen te compenseren. Positieve ontwikkelingen zijn daarentegen dat de belangstelling voor cultuur tijdens de lockdowns sterk gestegen is en digitalisering het culturele aanbod juist ook voor een nieuw of groter publiek toegankelijk heeft gemaakt.

Vanuit het maatschappelijke perspectief valt op dat de maatschappelijke waarde van cultuur door de fnuikende omstandigheden minder goed tot uiting kwam. Cultuur biedt doorgaans een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, de blik kunnen verruimen, zichzelf kunnen uiten of zichzelf kunnen ontplooien. Door de verplichte sluiting van veel culturele locaties en de beperkingen waardoor leden van culturele verenigingen niet bij elkaar konden komen, kwamen deze maatschappelijke functies echter onder druk te staan. Andere functies kregen daarentegen juist extra nadruk. De pandemie was voor velen een moment om na te denken over hoe we de toekomst moeten en willen vormgeven, en veelvuldig klonk daarbij ook de oproep om hierbij de kennis en creativiteit van kunstenaars te betrekken.

Iets soortgelijks geldt wanneer vanuit het perspectief van het culturele bestel naar de crisis gekeken wordt. Deze crisis heeft verschillende structurele zwaktes van het culturele bestel blootgelegd, zoals de precariteit van de arbeidsmarkt en de niet altijd optimale afstemming tussen de verschillende overheden binnen het cultuurbeleid. De (hernieuwde) constatering van deze problemen leidde tot reflectie over het anders inrichten van het culturele bestel, en op de mogelijkheid om niet alleen van de crisis te herstellen, maar er uiteindelijk ook sterker uit te komen.

Het tweede deel van het hoofdstuk begint met een overzicht van de generieke steunmaatregelen vanuit de rijksoverheid en de steunpakketten voor specifiek de culturele en creatieve sector. Vervolgens wordt vanuit de genoemde vier perspectieven gekeken naar deze steunpakketten en de verschillende steunmaatregelen die daaruit zijn vormgegeven. Een eerste belangrijke constatering is dat er binnen de steunmaatregelen een spanning zichtbaar is tussen het perspectief van de makers en van de instellingen. Het grootste deel van de steun was bestemd voor de instellingen, in de hoop dat deze zou doorsijpelen naar de makers. Verschillende onderzoekers en cijfers indiceren echter dat dit, vooral  voor zelfstandigen, onvoldoende het geval is. [1]

Binnen het perspectief van instellingen bestaat er daarnaast spanning tussen de steun aan gesubsidieerde en aan commerciële instellingen. Aanvankelijk kwam vrijwel alle steun terecht bij de gesubsidieerde instellingen – pas later kregen ook sommige commerciële organisaties rijkssteun. Vanuit het perspectief van het culturele bestel is dat evenwel een interessante ontwikkeling, omdat ze lijkt te wijzen op een verbreding van de (gevoelde) verantwoordelijkheden van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Ten slotte valt op dat binnen de steunmaatregelen relatief weinig nadruk lag op het perspectief van het publiek en het maatschappelijke perspectief. Cultuurparticipatie- en educatie zijn belangrijke speerpunten van het cultuurbeleid en hebben sterk te lijden gehad onder de coronacrisis, maar er zijn maar weinig steunmaatregelen specifiek gericht op het stimuleren van de ‘vraagzijde’ van de culturele sector. Daar ligt evenwel een kans. Als het nu lukt om cultuurparticipatie te verhogen, dan is dat immers niet alleen een stap naar herstel, maar ook naar structurele versterking.

Op basis van deze analyse sluit het hoofdstuk af met enkele suggesties voor toekomstig (ondersteunings)beleid. Dat zou zich extra kunnen richten op het ondersteunen van zelfstandigen, culturele verenigingen en cultuureducatie, alsook op de structurele versterking van de culturele sector.

Het symposium dat rondom de presentatie van het boek gepresenteerd werd is online nog terug te kijken. Tijdens dit symposium was de Boekmanstichting medeorganisator van een sessie over (digitale) cultuur tijdens de coronacrisis.

[1] Zie ook het onderzoek ‘Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund’ van de Boekmanstichting, SiRM en Significant APE (Goudriaan et al. 2021).