Bron

IQ Magazine

Ook Europese festivals onder toenemende politieke druk

21 januari 2026

Het afgelopen festivalseizoen werd in Europa niet alleen gekenmerkt door artistieke hoogtepunten, maar ook door een sterk veranderende politieke context.

Voor veel festivals bleek die context een van de grootste uitdagingen van dit moment. Festivalorganisatoren bevinden zich steeds vaker in een spanningsveld tussen politieke machtsverhoudingen, activistische druk en maatschappelijke verwachtingen. Boycotoproepen, het schrappen van artiesten, publieke verontwaardiging op sociale media en het intrekken van subsidies maken duidelijk hoe kwetsbaar live-evenementen zijn geworden in een sterk gepolariseerde samenleving.

Zie ook:

In het European Festival Report 2025 van vakblad IQ beschrijven festivaldirecteuren hoe zij omgaan met deze realiteit. Ook tijdens het International Festival Forum (IFF) deelden organisatoren hun ervaringen en strategieën.

Vrijheid van expressie als strijdtoneel

In Frankrijk kwam festival Les Eurockéennes de Belfort onverwacht in het middelpunt van een politiek debat over artistieke vrijheid. Nadat de komst van hiphopartiest Freeze Leon was aangekondigd, haalde een extreemrechtse politicus enkele songteksten aan en riep (onder verwijzing naar antisemitisme) op tot een verbod. Volgens programmeur Kem Lalot was niet het festival, maar de artiest zelf het eerste doelwit van de aanval.

Ondanks bezwaarprocedures besloot de lokale overheid het optreden alsnog te verbieden, slechts enkele dagen voor aanvang. Ook de Ierse rapgroep Kneecap kreeg te maken met politieke tegenwerking, al mochten zij uiteindelijk in Belfort optreden na verweer tegen de beschuldigingen.

Dat optreden stond in schril contrast met de situatie elders: Kneecap werd geweerd van het Hongaarse Sziget Festival en geschrapt van verschillende grote Europese festivals, waaronder TRNSMT (Schotland), Eden Sessions (VK) en Hurricane en Southside (Duitsland).

Overheidsingrijpen en subsidiestops

In Hongarije ging de regering nog een stap verder door de band de toegang tot het land te ontzeggen, onder het mom van nationale veiligheid. De beschuldigingen — antisemitisme en het verheerlijken van geweld — werden door de band ontkend. De organisatie van Sziget sprak van een uitzonderlijke ingreep en waarschuwde voor reputatieschade voor het land. Volgens het festival zijn culturele boycots geen oplossing en moeten haatdragende uitingen worden bestreden zonder de artistieke vrijheid aan te tasten.

In Frankrijk koos Rock en Seine een andere koers. Het festival handhaafde Kneecap op de affiche, ondanks protesten van belangenorganisaties en lokale politici. Die keuze had financiële gevolgen: de gemeente trok €40.000 aan subsidie in, met de toelichting dat zij culturele, geen politieke initiatieven ondersteunt. Directeur Arnaud Meersseman benadrukte dat het festival zich niet wil mengen in inhoudelijke oordelen over artiesten en primair ruimte wil bieden aan cultuur en publiek.

Een breder Europees patroon

In meerdere Europese landen blijken dergelijke spanningen inmiddels bekend terrein. De Slowaakse festivaloprichter Michal Kaščák (Pohoda Festival) vertelde op IFF dat zijn organisatie al jaren te maken heeft met politieke vijandigheid. Staatssteun is weggevallen, maar het festival weigert zijn inhoudelijke koers aan te passen. Volgens Kaščák is een vrije samenleving een voorwaarde voor zowel kunst als levenskwaliteit.

Ook in Hongarije zette het Valley of Arts Festival bewust in op onafhankelijkheid. Directeur Natália Oszkó-Jakab bouwde het festival in vijftien jaar tijd om van volledige staatsfinanciering naar een model waarin overheidsgeld nog slechts een klein deel van het budget vormt. Die keuze biedt volgens haar ruimte om artistiek autonoom te blijven, ook als subsidies verder zouden verdwijnen.

Festivals die verdwijnen – en opnieuw ontstaan

Politieke inmenging kan echter ook leiden tot het einde van festivals. In Spanje werd het Periferias Festival in 2023 na 23 jaar opgeheven, nadat een rechts-extreme partij druk uitoefende op het stadsbestuur om de financiering stop te zetten. Organisator Luis Lles beschreef de beslissing als een zware emotionele klap: het festival was zijn levenswerk.

De publieke reactie bleef niet uit. Petities, protesten en steunbetuigingen volgden, maar het meest opmerkelijk was het initiatief van twee nabijgelegen dorpen die aanboden het festival over te nemen. Met steun van het Spaanse ministerie van Cultuur ontstond uiteindelijk een nieuw festival: Extrarradios, dat inmiddels succesvol is gelanceerd.

Festivals als laatste vrije ontmoetingsplek

Ook elders, zoals bij het Servische EXIT Festival, staat de relatie met overheden onder druk. Toch delen veel organisatoren dezelfde overtuiging: festivals zijn een van de laatste publieke plekken waar mensen met uiteenlopende achtergronden en opvattingen vreedzaam samenkomen.

“Bij ons zie je mensen van alle leeftijden, religies en gemeenschappen,” aldus Lalot. Kaščák vult aan: “De samenleving is gepolariseerd, maar festivals moeten plekken van vrijheid blijven. Kunst mag schuren, vragen stellen en verandering teweegbrengen. Als je zelfs maar één persoon per jaar aan het denken zet, is dat al van waarde.”

In een tijd waarin artistieke vrijheid zelf onderwerp van conflict is geworden, blijkt juist dat verbindende vermogen van muziek en cultuur relevanter dan ooit.