Div
Provincies wapenen zich tegen financieel uitdagend 2026 met intensiever toezicht
3 april 2025
Provincies maken zich op voor een financieel zwaar jaar in 2026, nu gemeenten te maken krijgen met fors minder rijksbijdragen.
Gemeenten spreken zelfs van een 'ravijnjaar'. Als toezichthouders bereiden provincies zich voor op de gevolgen, onder andere door nauwer contact en meer controle. Dit blijkt uit een inventarisatie van de NOS en regionale omroepen. Vanaf 2026 ontvangen gemeenten in totaal 2,4 miljard euro minder van het Rijk, waardoor het lastiger wordt om een sluitende begroting op te stellen. Provincies nemen daarom nu al voorzorgsmaatregelen, zoals frequenter overleg en scherper financieel toezicht.
Toezicht door de provincie
Normaal gesproken zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor een gezonde financiële huishouding, met de gemeenteraad als controleorgaan. Maar als de financiële situatie verslechtert, kan een gemeente onder ‘preventief financieel toezicht’ van de provincie worden geplaatst. In extreme gevallen, wanneer langdurige tekorten ontstaan, kan een gemeente de ‘Artikel 12-status’ krijgen, wat inhoudt dat het Rijk extra financiële steun biedt onder strikte voorwaarden.
Momenteel geldt deze status voor één gemeente, Vlissingen. Gemeenten die onder provinciaal toezicht staan, verliezen deels hun beleidsvrijheid en moeten voor grote financiële beslissingen goedkeuring vragen aan de provincie.
Meerdere provincies analyseren nu al welke gemeenten in de problemen kunnen komen. Zo verwacht Noord-Holland dat 35 van de 44 gemeenten moeite zullen hebben om hun begroting structureel rond te krijgen in 2026. In Gelderland wordt bij 21 van de 51 gemeenten een tekort voorzien, waarbij volgens de provincie ‘boekhoudkundige ingrepen’ niet langer volstaan om de gaten te dichten.
Hoewel de meeste provincies nog terughoudend zijn met uitspraken over verscherpt toezicht, verwacht Noord-Holland dat preventieve maatregelen al volgend jaar nodig zullen zijn.
Extra inzet vanuit provincies
Provincies intensiveren dit jaar hun contact met gemeenten om financiële risico’s vroegtijdig in kaart te brengen. Friesland richt zich specifiek op gemeenten met de grootste tekorten, terwijl Zuid-Holland eerder in gesprek gaat om mogelijke problemen vroeg te signaleren. Flevoland kondigt aan extra aandacht te besteden aan gemeenten met een verhoogd risico, terwijl Utrecht spreekt over ‘proactief toezicht’.
Overijssel heeft zelfs een fulltime medewerker aangesteld om extra controle uit te voeren.
Terughoudendheid bij grote projecten
De financiële onzekerheid heeft ook invloed op investeringen in grote projecten, zoals woningbouw en infrastructuur, waar samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten essentieel is. Utrecht, Noord-Holland en Flevoland merken nu al dat gemeenten voorzichtiger worden met financiële toezeggingen.
In Flevoland, bijvoorbeeld, merken provinciale bestuurders dat gemeenten minder snel bereid zijn om geld vrij te maken voor toekomstige projecten. Utrecht geeft aan dat discussies over financiële bijdragen steeds ingewikkelder worden.
Limburg probeert de gevolgen op een andere manier te verzachten en startte het project GUN (Gemeentelijke Uitvoeringskracht Nieuwe Stijl), waarbij bestuurders in gesprek gaan met alle Limburgse gemeenten om knelpunten in kaart te brengen en te zoeken naar oplossingen.
In Utrecht trokken gemeenten en de provincie gezamenlijk aan de bel door een brandbrief te sturen aan de Tweede Kamer. Daarin waarschuwen zij dat belangrijke voorzieningen zoals jeugdzorg en woningbouw onder druk komen te staan als de bezuinigingen doorgaan.
Gemeenten treffen zelf voorbereidingen
Gemeenten bereiden zich ondertussen voor op het dreigende financiële tekort. Meierijstad (Noord-Brabant) presenteerde een lijst met 132 mogelijke bezuinigingsmaatregelen om de begroting tussen 2026 en 2029 sluitend te houden.
Met deze proactieve benadering hopen provincies en gemeenten de financiële impact van 2026 enigszins te beheersen, al blijft de onzekerheid groot.