Divers
Psychisch verzuim neemt toe: wat kunnen werkgevers doen vóórdat iemand uitvalt?
24 september 2026
Het psychisch verzuim in Nederland verandert. Burn-out en overspanning vormen nog altijd het grootste deel, maar verzuim als gevolg van angst-, stemmings- en middelenstoornissen neemt relatief snel toe.
Vooral de ontwikkeling onder werknemers tussen 25 en 35 jaar valt op. Voor werkgevers is dat aanleiding om niet alleen te kijken naar begeleiding ná uitval, maar juist ook naar wat er eerder in de organisatie kan worden gedaan.
Nieuwe cijfers van Arbo Unie laten zien dat het aantal verzuimmeldingen vanwege angst-, stemmings- en middelenstoornissen tussen 2023 en 2025 met 35,9% is gestegen. Onder werknemers van 25 tot 35 jaar bedroeg de stijging zelfs 63%. Over een langere periode, tussen 2020 en 2025, nam het verzuim vanwege deze stoornissen met 68% toe, terwijl het totale psychische verzuim in dezelfde periode met 39% steeg.
In 2025 waren angst-, stemmings- en middelenstoornissen volgens Arbo Unie goed voor bijna 13% van alle psychische verzuimmeldingen en 16,5% van alle psychische verzuimdagen. De arbodienst benadrukt daarbij dat burn-out en overspanning nog steeds het grootste aandeel van het psychisch verzuim vormen. De cijfers wijzen dus vooral op een verandering in de samenstelling van psychisch verzuim.
Ook landelijke cijfers laten zien dat psychische klachten een belangrijke rol spelen bij ziekteverzuim. Volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO was in 2025 bij 8,8% van de werknemers die in het voorafgaande jaar hadden verzuimd, het meest recente verzuim het gevolg van psychische klachten, overspannenheid of burn-out. Bij 25- tot 34-jarigen lag dit percentage met 10,8% het hoogst van alle leeftijdsgroepen.
De cijfers van Arbo Unie zijn gebaseerd op de eigen verzuimregistratie en zijn daarmee niet één-op-één te vertalen naar alle Nederlandse werknemers. Samen met de landelijke cijfers geven ze werkgevers echter wel een duidelijk signaal: mentale gezondheid en het voorkomen van psychische uitval verdienen structurele aandacht.
Niet één oorzaak
Bij zulke cijfers is het verleidelijk om één verklaring te zoeken. Maar psychische uitval ontstaat meestal uit een samenspel van persoonlijke, sociale en werkgerelateerde factoren.
Arbo Unie vestigt rond de Week tegen Eenzaamheid, die op 24 september start, bijvoorbeeld aandacht op sociale verbondenheid. Uit eigen onderzoek blijkt dat 17% van de werknemers zich buiten het werk weleens eenzaam en alleen voelt. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt volgens de arbodienst bovendien dat eenzaamheid een zelfstandige risicofactor kan zijn voor het ontwikkelen van ernstige angst-, stemmings- en middelenproblematiek. Arbo Unie benadrukt tegelijkertijd dat uit de verzuimgegevens nadrukkelijk niet kan worden geconcludeerd dat eenzaamheid de oorzaak is van de stijging van het psychisch verzuim.
Ook het werk zelf kan een beschermende óf belastende factor zijn. Het Trimbos-instituut wijst erop dat werken in beginsel kan bijdragen aan inkomen, structuur, zingeving en mentale gezondheid. Daarvoor zijn goede arbeidsomstandigheden wel essentieel. Ongunstige omstandigheden kunnen juist bijdragen aan mentale problemen en verminderde inzetbaarheid.
Daarmee ligt er voor werkgevers een belangrijke nuance: een werkgever hoeft niet te achterhalen waarom iemand psychische klachten heeft en is ook niet verantwoordelijk voor alle factoren in het leven van een medewerker. De organisatie heeft wél invloed op de kwaliteit en inrichting van het werk.
Herkenbaar voor poppodia en -festivals
Voor poppodia en festivals is dit geen abstract vraagstuk. De Arbo Handreiking Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA) voor de podiumkunsten benoemt expliciet dat hoge werkdruk in alle geledingen van de sector voorkomt, en in het bijzonder bij artistiek uitvoerende en productieondersteunende medewerkers.
Krappe voorbereidingstijd, deadlines, de druk rond de openingsdag van een festival, overuren en onvoldoende hersteltijd kunnen ervoor zorgen dat normale werkdruk overgaat in ongezonde werkstress. De handreiking benadrukt daarom dat werkgevers risico’s zoveel mogelijk bij de bron moeten proberen te voorkomen.
Daar komt bij dat de podiumsector wordt gekenmerkt door een grote betrokkenheid bij het werk. ArboPodium beschrijft hoe medewerkers daardoor geregeld het gevoel kunnen krijgen te worden ‘geleefd’ en veel van zichzelf geven. Juist die betrokkenheid is waardevol, maar kan er ook voor zorgen dat grenzen later worden aangegeven.
VNPF besteedde hier eerder aandacht aan in het artikel ‘Stress in de popsector: herken signalen op tijd’. Daarin werd op basis van de sectoranalyse duurzame inzetbaarheid al gewezen op mentale gezondheid en werkdruk als belangrijke aandachtspunten binnen poppodia, onder andere door de cultuur van doorgaan en functies waarin medewerkers het gevoel kunnen hebben voortdurend ‘aan’ te staan.
Van individuele weerbaarheid naar de organisatie van het werk
Een cursus stressmanagement, mindfulness of persoonlijke veerkracht kan medewerkers ondersteunen. Maar wanneer de oorzaak mede zit in structureel hoge werkdruk, onduidelijke verantwoordelijkheden, een voortdurend veranderende planning of onvoldoende herstel tussen diensten, is alleen een individuele interventie niet voldoende.
Het Trimbos-instituut adviseert daarom een organisatiebrede aanpak van mentale gezondheid. Daarbij wordt tegelijkertijd gekeken naar de organisatie, teams én individuele medewerkers. Het uitgangspunt is een werkklimaat waarin psychologische risico’s zoveel mogelijk worden beperkt, energiebronnen en ondersteuning beschikbaar zijn en medewerkers open kunnen spreken over mentale gezondheid.
Wat kun je als werkgever concreet doen?
1. Kijk niet alleen naar de medewerker, maar ook naar het werk
Vraag bij signalen van hoge werkdruk niet alleen of iemand zelf beter met stress kan omgaan, maar kijk ook naar de oorzaken in het werk. Zijn de hoeveelheid werk, deadlines en personele bezetting realistisch? Zijn rollen en verantwoordelijkheden duidelijk? Is er voldoende invloed op het eigen werk? En is na intensieve producties of festivalperioden voldoende tijd om te herstellen?
Vooral bij terugkerende problemen is het belangrijk om te onderzoeken of er een structureel patroon achter zit.
2. Gebruik de RI&E ook voor mentale belasting
Psychosociale arbeidsbelasting hoort onderdeel te zijn van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Voor de sector is hiervoor de PodiumRIE beschikbaar. Deze is specifiek ontwikkeld rond de werkzaamheden en risico’s van onder andere podia, festivals, evenementen, techniek, horeca en kantoorfuncties.
Gebruik de RI&E daarbij niet alleen als wettelijke verplichting. De combinatie van de inventarisatie, het Plan van Aanpak en de PSA-handreiking kan juist helpen om concreet te bepalen waar in de eigen organisatie risico’s zitten en welke maatregelen mogelijk zijn.
3. Wacht niet op de ziekmelding
Het gesprek over mentale belasting hoeft niet pas te beginnen wanneer iemand zich ziekmeldt.
Een medewerker die zich langere tijd terugtrekt, minder contact zoekt, sneller geïrriteerd raakt, opvallend veel fouten maakt of zichtbaar moeite heeft om het werk te organiseren, kan ergens mee worstelen. Dat betekent niet automatisch dat er sprake is van psychische problematiek.
Een leidinggevende hoeft dan ook geen diagnose te stellen. Een eenvoudige vraag als ‘Hoe gaat het met je, en hoe ervaar je het werk op dit moment?’ kan al een opening bieden. Arbo Unie adviseert werkgevers eveneens veranderingen in gedrag of functioneren tijdig te signaleren en op een open manier het gesprek aan te gaan.
4. Zorg dat leidinggevenden hun rol kennen
Een leidinggevende of HR-professional is geen psycholoog. Het is belangrijk dat leidinggevenden weten wat zij wél kunnen doen: luisteren, vragen naar de ervaring van het werk, samen kijken naar mogelijke aanpassingen en verwijzen naar professionele ondersteuning wanneer dat nodig is.
Dat vraagt ook om een werkomgeving waarin een medewerker kan aangeven dat iets niet goed gaat zonder direct bang te hoeven zijn voor negatieve gevolgen.
5. Maak de bedrijfsarts preventief zichtbaar
De bedrijfsarts is er niet alleen wanneer iemand al ziek thuiszit. Werknemers hebben het recht om de bedrijfsarts zonder toestemming van hun werkgever te raadplegen wanneer zij vragen hebben over hun gezondheid in relatie tot het werk. Dat kan ook wanneer iemand nog niet verzuimt of zelfs nog geen concrete klachten heeft. Het doel van zo’n preventief of open spreekuur is juist om klachten en uitval te voorkomen.
Zorg daarom dat medewerkers weten dat deze mogelijkheid bestaat en hoe zij daarvan gebruik kunnen maken.
6. Kijk bewust naar roosters, piekbelasting en herstel
In poppodia en op festivals is niet alle piekbelasting te voorkomen. Een festivalweekend, grote productie of uitverkochte concertavond vraagt nu eenmaal iets anders van medewerkers dan een gemiddelde dag op kantoor.
Juist daarom is het belangrijk om te kijken naar wat er vóór en ná zo’n piek gebeurt. Hoeveel late diensten worden achter elkaar gepland? Hoe snel volgt daarna weer een gewone werkdag? Hoeveel overuren stapelen zich op? En is er daadwerkelijk ruimte om die uren later terug te nemen?
De sectorale PSA-handreiking adviseert werkgevers nadrukkelijk om werkdruk zoveel mogelijk in het werk zelf en bij de bron aan te pakken.
7. Besteed aandacht aan sociale verbinding
Sociale verbinding gaat vooral om ervaren steun: weten bij wie je terechtkunt, je onderdeel voelen van het team en merken dat iemand het ziet wanneer het minder goed met je gaat.
Dat kan extra belangrijk zijn voor nieuwe en jongere werknemers, medewerkers met onregelmatige diensten en mensen die relatief zelfstandig werken. Arbo Unie adviseert werkgevers daarom ook te kijken naar de sociale omgeving op het werk en naar medewerkers die zich langere tijd terugtrekken of minder aansluiting lijken te vinden.
8. Betrek medewerkers en medezeggenschap
Werkdruk kan moeilijk uitsluitend vanuit HR of het management worden beoordeeld. Medewerkers weten vaak precies waar processen vastlopen, waar onnodige druk ontstaat en welke maatregelen in de praktijk wel of niet werken.
Arboportaal adviseert werkgevers daarom om werknemers en de ondernemingsraad bij het gesprek over werkdruk te betrekken en genomen maatregelen regelmatig te evalueren.
Preventie begint eerder dan verzuim
De stijging van psychisch verzuim betekent niet dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor de mentale gezondheid van hun medewerkers. Veel oorzaken van psychische klachten liggen immers buiten het werk.
Maar de werkomgeving kan risico’s wel vergroten of verkleinen. Werk kan druk, onzekerheid en uitputting veroorzaken, maar tegelijkertijd ook structuur, zingeving, sociale verbinding en steun bieden.
Voor poppodia en -festivals ligt de eerste stap daarom misschien dichterbij dan gedacht. Pak de eigen RI&E en de PSA-handreiking erbij en kijk niet alleen of het beleid op papier klopt, maar vooral waar medewerkers in het dagelijkse werk structureel onder druk kunnen komen te staan.
Niet iedere vorm van stress kan worden voorkomen. Wel kan een organisatie ervoor zorgen dat signalen eerder worden gezien, werkgerelateerde oorzaken bespreekbaar zijn en medewerkers weten waar zij terechtkunnen voordat klachten tot langdurige uitval leiden.
Meer informatie en praktische hulpmiddelen
De aanleiding
Flexmarkt – Psychisch verzuim door angst- en stemmingsstoornissen neemt sterk toe
Achterliggende cijfers en sociale verbondenheid
Arbo Unie – Eenzaamheid kan voorbode zijn van psychische problemen op het werk
Landelijke cijfers over psychisch ziekteverzuim
RIVM – Ziekteverzuim door psychische klachten, overspannenheid en burn-out
Mentale gezondheid op het werk
Trimbos-instituut – Werk en mentale gezondheid
Trimbos-instituut – Organisatiebrede aanpak van mentale gezondheid op het werk
Specifiek voor poppodia, festivals en podiumkunsten
ArboPodium – Psychosociale arbeidsbelasting
ArboPodium – Arbo Handreiking Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA)
ArboPodium – PodiumRIE
Praktische tips voor werkgevers
Arboportaal – Praktische tips bij werkdruk en werkstress
Arboportaal – Preventief/open spreekuur bij de bedrijfsarts
Eerder bij VNPF
VNPF – Stress in de popsector: herken signalen op tijd