Specifiek steunpakket voor cultuur en lokale culturele infrastructuur

Tegelijkertijd met het nieuwe generieke steunpakket werd een aantal ‘sectorale regelingen’ bekendgemaakt, waaronder voor cultuur.

Zie hier voor de cultuursepecifieke steun vanaf p. 33

Specifieke steun
Het kabinet verlengt de specifieke steun voor deze sector, aangezien ‘een groot deel van de culturele en creatieve sector ook in het derde kwartaal van dit jaar nog te maken heeft met de (gevolgen van de) beperkende maatregelen’. Het kabinet geeft aan dat verlening van steun nodig is ‘om de culturele infrastructuur overeind te houden en banen te behouden, onder andere door culturele en creatieve zelfstandigen te ondersteunen in een sector die onvoldoende goed door generieke regelingen bereikt wordt’.

Bedragen
Concreet gaat het om de volgende bedragen voor het derde kwartaal: € 45 miljoen voor BIS- en erfgoedwetinstellingen en € 25 miljoen voor een verlenging van de directe steun aan makers. Ook worden de leningen aan opengestelde monumenten voortgezet met een bedrag van € 25,75 miljoen euro aan onderuitputting uit eerdere steunpakketten. (Zie ook pagina 33 van de brief).

Steun aan lokale culturele infrastructuur
Voor gemeenten hevelt het kabinet de eerder voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen over naar het Gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven. Daarnaast reserveert het kabinet voor het derde kwartaal 2021 € 51,5 miljoen voor de regionale en lokale cultuur, waarvan € 36,5 miljoen voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en € 15 miljoen ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren.