Divers
Sterkere rol voor het mbo bij Leven Lang Ontwikkelen: wat kunnen poppodia en -festivals ermee?
24 september 2026
Het kabinet wil het stelsel voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) anders gaan inrichten. Een opvallend onderdeel daarvan is een sterkere rol voor het mbo.
Mbo-instellingen moeten niet alleen jongeren opleiden voor hun eerste beroep, maar hun kennis, opleidingen en regionale netwerken nadrukkelijker kunnen inzetten voor werkenden die zich gedurende hun loopbaan willen bij-, om- of herscholen.
Dat kan ook interessant zijn voor poppodia en festivals. Want ontwikkelen hoeft niet altijd te betekenen dat een medewerker een algemene managementtraining of commerciële cursus volgt. Voor veel functies in onze sector gaat het juist om het verder ontwikkelen van praktische en vakgerichte vaardigheden: techniek, productie, hospitality, digitale vaardigheden, veiligheid, leidinggeven of bijvoorbeeld nieuwe toepassingen van data en technologie.
De nieuwe landelijke koers biedt nog niet van vandaag op morgen een nieuw scholingsbudget voor werkgevers. Wel wordt de infrastructuur rondom leren en ontwikkelen anders ingericht. En dat kan op termijn nieuwe mogelijkheden bieden om als werkgever veel gerichter samen te werken met het beroepsonderwijs.
Wat verandert er?
Op 9 juli presenteerden de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken en Klimaat hun visie op de toekomst van Leven Lang Ontwikkelen. Het kabinet wil toewerken naar een beter toegankelijk stelsel voor om- en bijscholing waarin overheid, werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen, sociale partners, O&O-fondsen, gemeenten en UWV meer met elkaar samenwerken.
Daarbij krijgt het mbo nadrukkelijk een grotere rol. Het kabinet wil de bestaande publiek bekostigde mbo-infrastructuur beter benutten en de verbinding tussen onderwijs en de regionale arbeidsmarkt versterken. Mbo-instellingen zijn bijvoorbeeld al betrokken bij regionale Werkcentra, publiek-private samenwerkingen en projecten vanuit het Nationaal Groeifonds.
De MBO Raad reageert positief op deze ontwikkeling. Volgens de sector beschikken mbo-scholen juist over de regionale netwerken, vakkennis en infrastructuur waarmee werkenden gedurende hun loopbaan kunnen worden ondersteund. Tegelijkertijd plaatst de MBO Raad een belangrijke kanttekening: juist groepen die relatief veel baat kunnen hebben bij scholing, nemen daar nu minder vaak aan deel. Ook basisvaardigheden zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden moeten daarom onderdeel zijn van de aanpak.