Bron

VNPF

VNPF reageert op kabinetsplannen cultuurbestel: meer aandacht nodig voor financiering en positie popcultuur

30 oktober 2026

De VNPF heeft op 30 oktober 2026 een reactie gestuurd aan minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op haar plannen voor de herziening van het cultuurbestel vanaf 2029.

De VNPF onderschrijft de ambitie om het stelsel toegankelijker, eenvoudiger en toekomstbestendiger te maken, maar betwijfelt of de voorgestelde veranderingen voldoende bijdragen aan die doelen. Volgens de vereniging moet de herziening niet alleen gaan over de inrichting van het subsidiestelsel, maar vooral ook over de financiering en de verdeling van middelen tussen verschillende kunstvormen.

Het kabinet wil vanaf 2029 onder meer de rol van de rijkscultuurfondsen veranderen, functies uit de culturele basisinfrastructuur (BIS) overhevelen naar de fondsen en langere subsidieperioden mogelijk maken. Ook is er aandacht voor regionale culturele infrastructuren en het verminderen van administratieve lasten. De VNPF verwelkomt verschillende uitgangspunten, maar waarschuwt dat een andere organisatie van de subsidieverstrekking niet automatisch leidt tot een beter cultuurbestel. In de reactie aan de minister vraagt de vereniging aandacht voor vijf onderwerpen.

1. Structureel meer investeren in cultuur

De VNPF vindt het problematisch dat de herziening binnen de bestaande financiële kaders moet plaatsvinden. De sector staat financieel al onder druk. Uit de VNPF-cijfers over 2025 blijkt dat ruim de helft van de onderzochte poppodia het jaar met een negatief resultaat afsloot.

De VNPF sluit zich daarom aan bij de oproep van Kunsten ’92 om, in lijn met het advies van de Raad voor Cultuur, te beginnen met € 250 miljoen aan aanvullende structurele investeringen in cultuur. Ook moeten de financiële gevolgen van de stelselherziening inzichtelijk worden gemaakt. De kosten van een reorganisatie mogen volgens de VNPF niet ten koste gaan van bestaande cultuurbudgetten.

2. Heroverweeg de verdeling van cultuursubsidies

Volgens de VNPF biedt de herziening een belangrijke gelegenheid om kritisch te kijken naar de bestaande verdeling van rijkscultuursubsidies. Die is historisch gegroeid en sluit niet altijd aan bij de huidige culturele praktijk.

Popcultuur is ondanks haar artistieke, maatschappelijke en economische betekenis nog altijd sterk ondervertegenwoordigd in de structurele rijksfinanciering. Onderzoek van Hogeschool Inholland laat zien dat in 2023 slechts 7,1 procent van de gezamenlijke subsidietoekenningen vanuit de BIS en het Fonds Podiumkunsten naar popcultuur ging. De VNPF pleit daarom voor een aanzienlijk sterkere en structurele positie voor pop- en nachtcultuur, waaronder ook hiphop, dance en elektronische muziek. Dat vraagt volgens de vereniging om meer dan het onderbrengen van bestaande subsidies in een nieuwe fondsstructuur. Ook historisch gegroeide subsidieposities moeten opnieuw kunnen worden afgewogen.

3. Borg landelijke ondersteuning van programmering en presentatie

Een toekomstbestendig cultuurbestel moet volgens de VNPF de volledige keten ondersteunen: van talentontwikkeling en productie tot programmering, presentatie en publieksbereik. Poppodia en festivals vervullen daarin een belangrijke functie. Zij bieden ruimte aan nieuw talent, introduceren muziekstromingen en verbinden artiesten met publiek.

Gemeenten financieren doorgaans de basisexploitatie van poppodia, maar daarmee is een divers en vernieuwend programma nog niet gegarandeerd. Daarvoor zijn landelijke programmerings- en afnamemiddelen noodzakelijk. De VNPF vraagt daarom om deze middelen vanaf 2029 structureel beschikbaar te stellen, als aanvulling op de gemeentelijke financiering.

4. Behoud politieke verantwoordelijkheid voor culturele functies

De voorgenomen overheveling van BIS-functies naar de rijkscultuurfondsen roept volgens de VNPF ook een principiële vraag op: wie bepaalt straks welke culturele functies Nederland noodzakelijk vindt? De vereniging vindt dat de overheid verantwoordelijk moet blijven voor de keuzes over welke culturele functies publiek worden ondersteund. De onafhankelijke beoordeling van welke organisaties die functies het beste kunnen vervullen, staat daar los van. De VNPF pleit daarbij niet voor het automatisch behouden van bestaande subsidieposities. Juist de herziening biedt aanleiding om opnieuw te bepalen welke functies nodig zijn en welke momenteel onvoldoende worden ondersteund.

5. Kies voor een gefaseerde hervorming

Tot slot pleit de VNPF voor een zorgvuldige en gefaseerde aanpak. Verschillende verbeteringen kunnen volgens de vereniging al vanaf 2029 worden doorgevoerd, zonder dat daarvoor direct een volledige reorganisatie van het subsidiestelsel nodig is. Denk aan het vereenvoudigen van aanvraagprocedures, het toegankelijker maken van financiering, het versterken van programmeringsmiddelen en het bieden van meer flexibiliteit in subsidieperioden. Ingrijpender wijzigingen zouden pas moeten volgen wanneer de inhoudelijke doelen, verantwoordelijkheden, financiële gevolgen en overgangsrisico’s duidelijk zijn.

Betrek ook het komende advies over de popsector

De VNPF vraagt de minister bovendien om het aangekondigde advies van de Raad voor Cultuur over de toekomst van de popsector nadrukkelijk te betrekken bij de verdere uitwerking van het nieuwe cultuurbestel. Dit advies wordt begin 2027 (begin februari) verwacht en gaat onder meer in op artistieke ontwikkeling, economische houdbaarheid, diversiteit en toegankelijkheid. Volgens de VNPF zou het onlogisch zijn om ingrijpende keuzes over de toekomstige inrichting en financiering van het cultuurbestel te maken zonder deze bevindingen mee te nemen.