VNPF
VNPF: terughoudendheid nodig bij private boetes voor festivalbezoekers
29 september 2026
Afgelopen zomer ontstond discussie over commerciële systemen waarmee festivalbezoekers bij overtreding van huisregels, bijvoorbeeld rond drugsbezit, een civielrechtelijke boete kan worden opgelegd.
Voor de VNPF was dat aanleiding om de positie van festivalorganisatoren bij handhaving opnieuw tegen het licht te houden. Hoewel het outdoor festivalseizoen inmiddels grotendeels achter ons ligt, zijn de vragen die deze ontwikkeling oproept onverminderd relevant. Ze raken aan een fundamentelere discussie over de verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en organisatoren, de rechtsbescherming van bezoekers en de verhouding tussen handhaving, preventie en gezondheidszorg.
De VNPF vindt dat festivalorganisatoren verantwoordelijkheid dragen voor een veilig en gezond verloop van hun evenementen en daar ook veel in investeren. Tegelijkertijd moeten zij niet verantwoordelijk worden gemaakt voor taken die bij politie, Openbaar Ministerie en andere publieke instanties horen. Een tekort aan publieke handhavingscapaciteit mag er niet toe leiden dat die verantwoordelijkheid feitelijk wordt verschoven naar organisatoren en commerciële partijen.
Daarom hebben we onze uitgangspunten op een rij gezet voor een uitvoerbaar, proportioneel en rechtsstatelijk drugsbeleid op evenementen. We pleiten daarbij onder meer voor landelijke duidelijkheid, voldoende rechtsbescherming voor bezoekers, transparantie over financiële belangen en een goede balans tussen handhaving, preventie, ‘harm reduction’ en gezondheidszorg. Hieronder volgt het standpunt.
Drugsbeleid op festivals is een publieke verantwoordelijkheid
De Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) vindt het belangrijk dat festivals veilig, gezond en verantwoord kunnen plaatsvinden. Organisatoren investeren veel in toegangscontrole, beveiliging, medische zorg, voorlichting en preventie. Ook stellen zij huisregels op en werken zij intensief samen met gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, gezondheidsdiensten en verslavingszorg.
De opkomst van commerciële systemen waarbij bezoekers op basis van algemene voorwaarden een civielrechtelijke boete krijgen opgelegd, roept echter fundamentele vragen op. Handhaving van de Opiumwet en het opleggen van sancties zijn in de eerste plaats publieke taken. Het is onwenselijk wanneer deze verantwoordelijkheid vanwege onvoldoende publieke capaciteit feitelijk wordt verlegd naar festivalorganisatoren en commerciële marktpartijen.
Organisatoren komen in een onmogelijke positie
Festivalorganisatoren krijgen regelmatig via vergunningen en afspraken met lokale autoriteiten de opdracht een streng of zogenoemd zero-tolerancebeleid te voeren. Tegelijkertijd zijn politie en justitie niet altijd beschikbaar om iedere geconstateerde overtreding af te handelen.
Deze spanning is al langer bekend. In een inventarisatie van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid wordt geconstateerd dat politiecapaciteit op festivals vaak wordt ingezet voor de bestrijding van handel en dealen. Bij kleinere hoeveelheden drugs vindt niet altijd strafrechtelijke vervolging plaats. Ook met maximale inzet blijft volledige handhaving op een festival praktisch onmogelijk.
Organisatoren worden daardoor geacht regels te handhaven, maar beschikken niet over de publieke bevoegdheden, capaciteit en rechtsstatelijke infrastructuur die daarvoor nodig zijn. Dat maakt het begrijpelijk dat zij naar alternatieven zoeken. Die systeemfout mag echter niet worden opgelost door publieke handhaving te privatiseren.
Geen private vervanging van politie en justitie
Binnen commerciële boetesystemen worden overtredingen civielrechtelijk afgehandeld op basis van het toegangsbewijs en de algemene voorwaarden van het evenement. ThinkTwice publiceert bijvoorbeeld vaste bedragen van €150 tot €600 voor verschillende overtredingen en hoeveelheden drugs. De onderneming verzorgt ook de inning, eventuele gerechtelijke stappen en de financiële afwikkeling richting de opdrachtgever.
Een contractueel boetebeding is juridisch iets anders dan een strafrechtelijke boete. Toch kan de situatie voor een bezoeker sterk lijken op strafrechtelijke handhaving: iemand wordt aangesproken, geconfronteerd met een beschuldiging en gevraagd direct een aanzienlijk bedrag te betalen.
Daarbij ontbreken mogelijk waarborgen die binnen het strafrecht vanzelfsprekend behoren te zijn. Het moet bijvoorbeeld helder zijn:
- wie vaststelt dat een overtreding heeft plaatsgevonden;
- welk bewijs daarvoor nodig is;
- welke bevoegdheden en kwalificaties de betrokken medewerkers hebben;
- hoe de betrokkene de vaststelling kan betwisten;
- of persoonlijke omstandigheden worden meegewogen;
- hoe bezwaar, klacht en beroep zijn geregeld;
- wanneer iemand aan de politie wordt overgedragen;
- en of naast een civielrechtelijke boete alsnog strafrechtelijke vervolging mogelijk is.
Het publiceren van vaste boetebedragen biedt op zichzelf onvoldoende rechtsbescherming. Transparantie over het bedrag is niet hetzelfde als een onafhankelijke en zorgvuldig toetsbare procedure.
Financiële belangen moeten volledig transparant zijn
Een private handhavingsconstructie wordt extra problematisch wanneer de organisator, de uitvoerende partij of andere betrokkenen financieel voordeel hebben bij het aantal opgelegde en geïnde boetes.
Bij iedere vorm van handhaving moet iedere schijn worden vermeden dat commerciële belangen invloed hebben op de constatering, beoordeling en afhandeling van een overtreding. Daarom moet volledig openbaar en controleerbaar zijn:
- wie de boete oplegt;
- wie de opbrengsten ontvangt;
- hoe de uitvoerende partijen worden betaald;
- of inkomsten afhankelijk zijn van het aantal geconstateerde overtredingen;
- en welke onafhankelijke controle op de uitvoering plaatsvindt.
De VNPF vindt dat opbrengsten uit boetes nooit een verdienmodel voor organisatoren of handhavende partijen mogen vormen. Een financiële prikkel om meer overtredingen te constateren is onverenigbaar met onafhankelijke en proportionele handhaving.
Veiligheid en gezondheid moeten vooropstaan
Festivalorganisatoren hebben niet alleen te maken met handhaving, maar dragen ook verantwoordelijkheid voor de gezondheid en veiligheid van hun bezoekers. Die rollen mogen niet door elkaar gaan lopen.
Bezoekers moeten zonder angst voor bestraffing medische hulp kunnen vragen, zich bij een EHBO-post kunnen melden of een awareness- of zorgteam kunnen benaderen. Wanneer bezoekers de festivalorganisatie of haar medewerkers ook als boeteoplegger ervaren, kan dat de drempel verhogen om tijdig hulp te zoeken.
Dat risico is niet theoretisch onbelangrijk. De actuele leidraad van het Trimbos-instituut voor gemeenten benadrukt dat het moeilijk is om alle drugs buiten evenementen te houden en dat de politie niet de capaciteit heeft om alle bezoekers te controleren. De leidraad adviseert daarom een samenhangende aanpak van huisregels, toezicht, voorlichting, preventie en schadebeperking. Ook wordt gewezen op initiatieven als Unity en Celebrate Safe, die gericht zijn op het beperken van gezondheidsrisico’s.
Een effectieve aanpak van drugs op festivals kan daarom niet uitsluitend repressief zijn. Handhaving moet onderdeel zijn van een bredere aanpak waarin volksgezondheid, preventie, zorg, verkeersveiligheid en bestrijding van drugshandel samenkomen.
Drugsbeleid vraagt om landelijke duidelijkheid
De huidige praktijk verschilt sterk per gemeente en veiligheidsregio. Daardoor kunnen organisatoren bij vergelijkbare evenementen met uiteenlopende vergunningsvoorschriften, handhavingsafspraken en verwachtingen worden geconfronteerd.
Die lokale verschillen zetten organisatoren onder druk en kunnen ertoe leiden dat private partijen het gat vullen dat ontstaat door onduidelijk beleid en beperkte publieke capaciteit. Ook in het bredere drugsdebat wordt gewaarschuwd dat de balans steeds verder richting repressie en handhaving verschuift, terwijl investeringen in preventie, volksgezondheid en harm reduction achterblijven.
De landelijke overheid kan niet enerzijds strikte handhaving verlangen en anderzijds de uitvoering en de risico’s daarvan bij gemeenten en festivalorganisatoren neerleggen.
Uitgangspunten van de VNPF
De VNPF hanteert daarom de volgende uitgangspunten:
1. Strafrechtelijke handhaving is een overheidstaak.
Het opsporen van strafbare feiten en het opleggen van strafrechtelijke sancties behoren tot de verantwoordelijkheid van politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht.
2. Festivalorganisatoren zijn geen vervangende opsporingsautoriteit.
Organisatoren kunnen huisregels stellen, toezicht organiseren en bezoekers verwijderen, maar mogen niet door vergunningsvoorschriften feitelijk worden gedwongen publieke handhaving over te nemen.
3. Rechtsbescherming moet altijd zijn gegarandeerd.
Wanneer civielrechtelijke boetebedingen worden toegepast, moeten bewijs, bevoegdheden, proportionaliteit, hoor en wederhoor, klachtenprocedures en onafhankelijke toetsing vooraf helder en toegankelijk zijn geregeld.
4. Geen financieel belang bij sanctionering.
De organisator en de uitvoerende partij mogen geen financieel voordeel hebben bij het aantal opgelegde of geïnde boetes. Geldstromen en beloningsstructuren moeten volledig transparant zijn.
5. Gezondheidszorg moet veilig en laagdrempelig blijven.
Bezoekers moeten altijd medische hulp, voorlichting en ondersteuning kunnen zoeken zonder te vrezen dat een hulpvraag automatisch leidt tot sanctionering.
6. Preventie, harm reduction en handhaving moeten in balans zijn.
Een realistisch drugsbeleid erkent dat volledige controle niet mogelijk is en combineert ontmoediging en handhaving met voorlichting, zorg en schadebeperking.
7. Er is een landelijk en consistent beleidskader nodig.
Het Rijk moet samen met gemeenten, politie, OM, gezondheidsorganisaties, organisatoren en bezoekersvertegenwoordigers duidelijke uitgangspunten ontwikkelen voor drugsbeleid op evenementen. 20260826 Bijlage 4_Mogelijk sta…
De VNPF roept de rijksoverheid, gemeenten, politie en het Openbaar Ministerie op om te voorkomen dat een tekort aan publieke capaciteit leidt tot de privatisering van handhaving op festivals.
Wij vragen om een landelijk gesprek over een uitvoerbaar, proportioneel en rechtsstatelijk drugsbeleid voor evenementen. Festivalorganisatoren moeten hun verantwoordelijkheid voor een veilig en gezond evenement kunnen nemen, maar mogen niet worden opgezadeld met taken die bij de overheid behoren.
Totdat er een helder beleids- en toetsingskader bestaat, vindt de VNPF grote terughoudendheid bij commerciële civielrechtelijke boetesystemen op festivals noodzakelijk.