Rendement.nl
Wet meer zekerheid flexwerkers door Eerste Kamer
9 juli 2026
De Eerste Kamer heeft ingestemd met het voorstel voor de Wet meer zekerheid flexwerkers (WMZF).
Het wetsvoorstel verandert de regels voor de ketenregeling, oproepkrachten en uitzendkrachten, om flexwerkers zo meer zekerheid te bieden over werk en inkomen. Werkgevers kunnen terughoudend zijn in het aanbieden van vaste contracten aan werknemers. Daardoor wordt flexibele arbeid regelmatig ingezet voor structureel werk. De WMZF moet dat veranderen.
De WMZF is onderdeel van een pakket aan maatregelen om flexwerkers meer zekerheid en ondernemers meer wendbaarheid te geven. Eerder nam de Eerste Kamer het voorstel voor de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief al aan.
Keten pas na drie jaar doorbroken
De WMZF bevat onder meer de volgende maatregelen:
- Een werknemer moet drie jaar uit dienst zijn voordat de werkgever hem opnieuw in tijdelijke dienst kan nemen. Momenteel is de termijn om de keten van tijdelijke contracten te doorbreken nog zes maanden. De wijziging moet ‘draaideurconstructies’ tegengaan. De termijn van drie jaar gaat ook gelden voor uitzendkrachten. Voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) blijft de tussenpoos wel zes maanden en ook voor seizoensarbeid blijven aparte regels mogelijk (een onderbrekingstermijn van drie maanden).
- Nulurencontracten zijn niet langer toegestaan. Min-maxcontracten worden vervangen door een zogenoemd ‘bandbreedtecontract’, met een minimumaantal uren waarvoor de werkgever de werknemer moet inroosteren en een maximumaantal uren (maximaal 130% van het minimum). De werknemer mag de uren boven dit maximum weigeren. Bandbreedtecontracten voor onbepaalde tijd gaan onder de lage WW-premie vallen. Scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) mogen wel op oproepbasis blijven werken, evenals AOW-gerechtigde werknemers.
- Uitzendkrachten hebben recht op ten minste dezelfde ‘essentiële arbeidsvoorwaarden’ en op ten minste gelijkwaardige niet-essentiële arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst van de inlener die hetzelfde werk verrichten (sociale ontwikkelbedrijven uitgezonderd). In de cao kan in principe ook worden afgesproken dat het totaal aan arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig moet zijn. Daarnaast krijgen uitzendkrachten bij ziekte altijd recht op loondoorbetaling en worden de uitzendfasen gewijzigd: fase A gaat naar maximaal 52 weken en fase B naar maximaal zes contracten in twee jaar. Daarna krijgt de uitzendkracht recht op een vast contract bij de uitlener. In de uitzend-cao is hier al op vooruitgelopen.
Gefaseerde inwerkingtreding WMZF
De WMZF moet uiterlijk 31 augustus 2026 als wet in het Staatsblad zijn gepubliceerd, en het onderdeel over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten moet uiterlijk op die datum in werking treden. Dit hangt samen met de honderden miljoenen euro’s die Nederland vanuit de Europese Unie kan ontvangen als bepaalde plannen uit het ‘Herstel- en Veerkrachtplan’ tijdig worden gerealiseerd. Voor de andere wijzigingen is 1 januari 2028 de beoogde ingangsdatum.