Bron

Rijksoverheid

Zachte landing bij schijnzelfstandigheid ook in 2026 voortgezet

8 januari 2026

Zelfstandigen en opdrachtgevers hoeven ook in 2026 niet te rekenen op verzuimboetes bij schijnzelfstandigheid.

Het kabinet heeft besloten de zogenoemde ‘zachte landing’ opnieuw te verlengen. Dat betekent dat de Belastingdienst wel blijft controleren, maar in eerste instantie terughoudend optreedt.

Dit blijkt uit een brief van de staatssecretaris van Financiën, mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Wanneer er in 2026 signalen zijn van mogelijke schijnzelfstandigheid, zal de Belastingdienst doorgaans beginnen met een bedrijfsbezoek. Tijdens zo’n bezoek wordt de werksituatie beoordeeld en volgt toelichting op de geldende regels. Een dergelijk bezoek kan leiden tot een waarschuwing, maar niet direct tot boetes. Voor het opleggen van naheffingen loonbelasting is een formeel boekenonderzoek nodig. Dat instrument blijft beschikbaar.

Politieke druk doorslaggevend

De verlenging van de zachte landing komt er na aanhoudende druk vanuit de Tweede Kamer. Staatssecretaris Heijnen kreeg tijdens een debat stevige kritiek omdat hij een eerder aangenomen motie over verlenging van de boetevrije periode lange tijd niet had uitgevoerd. Zijn betoog dat boetes nodig zijn om tot een gelijk speelveld te komen, vond onvoldoende gehoor bij een meerderheid van de Kamer.

Voor veel Kamerleden weegt zwaarder dat heldere en nieuwe wetgeving nog altijd ontbreekt. Zolang die duidelijkheid uitblijft, achten zij het onwenselijk om ondernemers te confronteren met verzuimboetes. Op aandringen van de Kamer heeft het kabinet daarom alsnog gekozen voor uitstel.

Handhaving blijft bestaan

De verlenging van de zachte landing betekent niet dat de Belastingdienst passief blijft. Ook in 2026 blijft toezicht plaatsvinden en kunnen naheffingen loonbelasting worden opgelegd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Daarnaast blijft de mogelijkheid bestaan om vergrijpboetes op te leggen, maar uitsluitend bij bewezen opzet of grove schuld.

Volgens de staatssecretaris zorgt deze aanpak voor balans: ondernemers die te goeder trouw handelen krijgen ruimte, terwijl bewuste misstanden aangepakt kunnen worden. Het kabinet beoogt hiermee een combinatie van rechtszekerheid, uitvoerbaarheid en een eerlijk speelveld.