VNPF VNJJ VSCD
Landelijke programmeringsmiddelen onmisbaar voor podia, festivals en publiek
22 juli 2026
De landelijke middelen voor programmering, presentatie en afname moeten een stevige plek krijgen in het nieuwe cultuurbestel vanaf 2029.
Dat schrijven de Vereniging Nederlandse Jazzpodia en Jazzfestivals (VNJJ), de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) en de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) in een gezamenlijke brief aan minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Ontdek hier direct:
De drie verenigingen vertegenwoordigen samen ruim 330 podia en festivals in ongeveer 150 gemeenten. Zij benadrukken dat een toekomstbestendig cultuurbestel niet alleen moet investeren in het maken van kunst, maar ook in de plekken waar makers hun publiek ontmoeten.
Landelijke programmerings- en presentatiemiddelen geven podia en festivals de ruimte om artistieke risico’s te nemen, nieuw talent een podium te bieden, publiek op te bouwen en een divers aanbod te presenteren. Het gaat nadrukkelijk niet om exploitatiesubsidies. De middelen zijn bedoeld om programma’s mogelijk te maken die artistiek en maatschappelijk waardevol zijn, maar niet uitsluitend op commerciële basis tot stand kunnen komen.
Hele keten moet centraal staan
In de brief vragen VNJJ, VNPF en VSCD de minister om bij de herziening van het cultuurbestel uit te gaan van de volledige keten van maken, presenteren en publiek bereiken. Wanneer vooral de productie van kunst wordt ondersteund, maar onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor presentatie en afname, dreigt een knip te ontstaan tussen makers en publiek.
De verenigingen vragen de minister daarom om:
- de landelijke middelen voor programmering, presentatie en afname structureel te verruimen en vanaf 2029 duurzaam te verankeren;
- de verantwoordelijkheid van provincies en gemeenten voor het hebben en in stand houden van presentatieplekken wettelijk vast te leggen;
- het toekomstige cultuurbestel te baseren op de samenhang tussen productie, presentatie, spreiding, talentontwikkeling en publieksbereik.
“Een sterke culturele infrastructuur bestaat niet alleen uit makers en producerende organisaties,” zegt VNPF-directeur Berend Schans. “Er zijn ook podia en festivals nodig die ruimte bieden aan nieuwe artiesten, divers aanbod en publieksontwikkeling. Zonder voldoende programmeringsmiddelen wordt het steeds moeilijker om die functie goed te vervullen.”
Ook oproep aan wethouders en gemeenten
De VNPF heeft daarnaast een brief gestuurd aan wethouders en gemeenten waar VNPF-leden actief zijn. Daarin wordt gevraagd het belang van landelijke programmeringsmiddelen ook via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en in bestuurlijke overleggen met het Rijk onder de aandacht te brengen.
Gemeenten investeren in gebouwen, podia, festivals en exploitatie. Landelijke programmeringsmiddelen vormen daarop een noodzakelijke aanvulling. Zij zorgen ervoor dat die lokale infrastructuur ook inhoudelijk kan functioneren: met ruimte voor talentontwikkeling, artistiek risico, publieksopbouw, regionale spreiding en passende vergoedingen voor artiesten.
Uit een recente VNPF-inventarisatie blijkt bovendien dat poppodia en festivals veelvuldig buiten hun eigen gebouw of festivalterrein programmeren. Van de 44 deelnemende organisaties waren er 38 actief op externe locaties, samen op ten minste 148 plekken. Het gaat onder meer om scholen, musea, buurthuizen, pleinen, parken, horeca en erfgoedlocaties. Daarmee dragen podia en festivals niet alleen bij aan het culturele aanbod, maar ook aan jongerenbereik, leefbaarheid, sociale cohesie en de aantrekkelijkheid van stad en regio.
Wanneer landelijke middelen wegvallen, versmallen of onvoldoende meegroeien, komt niet alleen het aanbod in de eigen zaal onder druk te staan. Ook de bredere lokale en regionale functie van podia en festivals wordt dan moeilijker uitvoerbaar.