Rijksoverheid
Tweede Kamer akkoord met Wet meer zekerheid flexwerkers
21 mei 2026
De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers.
Het wetsvoorstel maakt deel uit van een bredere hervorming van de arbeidsmarkt en moet op 1 januari 2028 in werking treden, mits ook de Eerste Kamer akkoord gaat. Met de wet wil het kabinet flexwerkers meer inkomens- en roosterzekerheid bieden. Tegelijkertijd worden zowel interne als externe vormen van flexibiliteit verder ingeperkt. Zo verdwijnen nulurencontracten en worden de mogelijkheden voor langdurige inzet van uitzendkrachten verder beperkt.
- Lees meer hier.
- Ontdek hier de Eindtekst Wet meer zekerheid flexwerkers
Minister krijgt extra bevoegdheid rond gelijke beloning
Onderdeel van het wetsvoorstel is dat uitzendkrachten, gedetacheerden en andere vormen van “ter beschikking gesteld” personeel recht krijgen op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden ten opzichte van reguliere werknemers bij de opdrachtgever.
Nieuw is dat de minister van Sociale Zaken via een algemene maatregel van bestuur bepaalde arbeidsvoorwaarden kan aanwijzen waarvan niet via cao mag worden afgeweken. Daarbij kan gedacht worden aan loon, toeslagen, verlof of scholing.
Aanleiding hiervoor is de zorg dat constructies ontstaan waarbij verschillen in beloning formeel worden “gecompenseerd” met voorwaarden waar werknemers in de praktijk weinig aan hebben.
Werkgeversorganisaties in de uitzend- en detacheringssector hebben eerder kritiek geuit op deze uitbreiding van de bevoegdheden van de minister, onder meer omdat dit raakt aan afspraken tussen sociale partners.
Onderdeel van bredere arbeidsmarkthervorming
De wet staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een groter pakket arbeidsmarktwetgeving dat voortkomt uit eerdere SER-adviezen en het rapport van de commissie Borstlap.
Binnen dat bredere traject wordt onder meer gewerkt aan:
- regelgeving rond zelfstandigen;
- arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zzp’ers;
- maatregelen rond personeelsbehoud;
- en strengere regulering van uitzend- en detacheringsconstructies.
Ook de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) maakt onderdeel uit van deze ontwikkeling en moet per 1 januari 2027 ingaan.
Belangrijkste wijzigingen op hoofdlijnen
1)Nulurencontracten verdwijnen
Oproepcontracten worden vervangen door zogeheten bandbreedtecontracten. Daarbij worden minimum- en maximumuren afgesproken, waarbij het maximum niet meer dan 130% van het minimum mag bedragen.
Voor studenten, scholieren en AOW-gerechtigden blijven uitzonderingen mogelijk.
2) Strengere regels voor tijdelijke contracten
De tussenperiode waarna opnieuw tijdelijke contracten mogen worden aangeboden wordt aangepast naar 36 maanden. Ook worden mogelijkheden om via cao van bepaalde regels af te wijken verder beperkt.
3) Kortere uitzendfasen
De maximale duur van de eerste uitzendfase wordt teruggebracht van 78 naar 52 weken. Ook de daaropvolgende fasen worden ingekort, waardoor uitzendkrachten sneller aanspraak kunnen maken op een vast contract.
4) Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden
Voor personeel dat via uitzend- of detacheringsconstructies werkt gaan strengere eisen gelden rond arbeidsvoorwaarden. Het uitgangspunt wordt dat deze werknemers minimaal gelijkwaardig beloond moeten worden ten opzichte van werknemers in reguliere dienst bij de opdrachtgever.
De nieuwe regels gelden nadrukkelijk niet voor zzp’ers.