Rendement.nl
Toch geen wettelijk verplichte gedragscode in organisaties
9 juni 2026
Het kabinet gaat werkgevers niet verplichten om een gedragscode ongewenst gedrag op te stellen.
Dat schrijft minister Aartsen van Participatie en Werk in een brief aan de Tweede Kamer. Eerder was het plan om hiervoor per 1 juli 2026 regels in te voeren. Organisaties kunnen ook zonder wettelijke verplichting een gedragscode ongewenst gedrag opstellen. Bovendien komt het hebben van gedragsregels terug in de werkinstructie van de Arbeidsinspectie voor controles op naleving van de Arbowet, en is de gedragscode onderdeel van de adviezen uit de handreiking tegen seksueel wangedrag van regeringscommissaris Hamer.
In februari 2025 bracht het toenmalige kabinet een conceptwetsvoorstel naar buiten voor wijziging van de Arbowet. Een wetsartikel zou werkgevers met minimaal 10 werknemers verplichten om een gedragscode ongewenst gedrag op te stellen. Dit vloeide voort uit het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, en alle misstanden die daaraan voorafgingen. Het conceptwetsvoorstel regelde welke onderdelen in ieder geval in de gedragscode zouden moeten terugkomen en dat werkgevers hun werknemers goed zouden voorlichten over de code. De Nederlandse Arbeidsinspectie werd aangewezen als handhaver. Dit alles gaat echter niet door, nu het kabinet heeft besloten om de gedragscode niet wettelijk voor te schrijven.
Kabinet wil regeldruk zo veel mogelijk beperken
Minister Aartsen legt in zijn Kamerbrief uit dat uit bestaande cijfers – van bijvoorbeeld de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) – niet causaal kan worden aangetoond dat een gedragscode daadwerkelijk leidt tot minder ongewenst gedrag op het werk. Het Adviescollege toetsing regeldruk was daarom kritisch op de onderbouwing van het wetsvoorstel en bracht een negatief advies uit. Volgens de minister zijn er wel aanwijzingen dat een gedragscode waardevol kan zijn, maar hij vindt dit onvoldoende reden om de regeldruk te verhogen. Organisaties kunnen ook zonder wettelijke verplichting een gedragscode ongewenst gedrag opstellen. Eerder werd al besloten om een klachtenregeling niet wettelijk te verplichten, ook vanwege de regeldruk. Bij de Eerste Kamer ligt nog wel een wetsvoorstel voor verplichte vertrouwenspersonen.
Wetsvoorstel biedt richtlijnen voor gedragscode
In de toelichting bij het conceptwetsvoorstel schreef het toenmalige kabinet dat een schriftelijke gedragscode een laagdrempelige manier is om te werken aan een sociaal veilige werkomgeving. Ook kan dit middel een gesprek over ongewenste omgangsvormen op gang brengen. Bovendien komt het hebben van gedragsregels terug in de werkinstructie van de Arbeidsinspectie voor controles op naleving van de Arbowet, en is de gedragscode onderdeel van de adviezen uit de handreiking tegen seksueel wangedrag van regeringscommissaris Hamer. Organisaties kunnen voor de inhoud van de code de verplichte onderdelen van het geschrapte wetsvoorstel volgen:
- wat precies wordt verstaan onder ongewenst gedrag;
- een duidelijke en begrijpelijke omschrijving van voorbeelden van gedragingen die in ieder geval ongewenst zijn;
- de mogelijkheden tot ondersteuning (zoals een vertrouwenspersoon of klachtencommissie) voor werknemers en de werkgever bij ongewenst gedrag;
- de maatregelen en sancties die volgen op overtreding van de regels uit de gedragscode;
- de functie van de persoon (zoals een vertrouwenspersoon of HR-professional) die werknemers kunnen aanspreken met vragen of opmerkingen over de gedragscode.