Vrijwilligersbeleid

Laastste update op 19 oktober 2022

Vrijwel alle VNPF-leden werken met vrijwilligers. Voor kleine organisaties geldt dat zij soms vrijwel geheel draaien op de tomeloze energie en toewijding van onbetaalde krachten.

Vrijwilligers werden vanwege COVID-19 in 2020 en 2021 minder ingezet omdat zij normaal gesproken vooral werken tijdens openingsuren. In 2019 waren 4.018 vrijwilligers werkzaam voor de poppodia. Van popfestivals hebben we geen cijfers, In 2021 waren dit nog maar 3.462 vrijwilligers, een daling van 14%. Het aantal gewerkte uren van vrijwilligers daalde met 67% van 244 in 2019 naar 80 FTE in 2021.

Handreiking vrijwilligersbeleid bij poppodia en -festivals

In mei 2021heeft de VNPF in samenwerking met KEES Cultuurvrijwilligers een handreiking gepubliceerd. De handreiking is door medewerkers van VNPF-leden op te vragen via info@vnpf.nl

Arbeidsmarktagenda en vrijwilligers

In de Arbeidsmarktagenda culturele en creatieve sector (2017) staan actiepunten om de arbeidsmarktpositie te verbeteren van mensen die werken in de kunst-, cultuur- en creatieve sector. De VNPF was aanjager van het agendapunt over vrijwilligers, stagiairs en werkervaringsplaatsen (blz. 51) en heeft dat agendapunt vertaald naar twee projecten..

In het agendapunt wordt gesuggereerd dat in de kunst- en cultuursector op grote schaal verdringing plaatsvindt van betaalde krachten door vrijwilligers en stagiairs. VNPF heeft de Boekmanstichting gevraagd dit te onderzoeken en zij komt tot de conclusie dat dit niet zo eenvoudig is te stellen. Het rapport vind je hier en de conclusies en aanbevelingen staan op pagina 29 en 30.

Ook staat in het agendapunt dat het in de sector weleens ontbreekt aan duidelijke (formele) afspraken tussen een organisatie en de vrijwilliger of stagiair. Daarom hebben we als VNPF aan Stadhouders Advocaten de opdracht gegeven modelovereenkomsten voor vrijwilligers en stagiairs te ontwikkelen. Deze vind je hier en hier. Een toelichting op de te gebruiken modelovereenkomsten vind je hier en hier.

Wat is ook alweer de Arbeidsmarktagenda? In deze agenda staan actiepunten die de sector zélf kan oppakken om de arbeidsmarktpositie te verbeteren van mensen die werken in de kunst- en cultuursector. De actiepunten – of agendapunten – gaan over bijvoorbeeld het bundelen van HR-kennis en een verkenning naar een sectorbrede cao. Het bekendste agendapunt is het ontwikkelen van de Fair Practice Code. De toenmalige minister van OCW heeft in 2017 Kunsten ’92 verzocht deze agenda samen met de sector op te stellen. Kunsten ’92 is de belangenorganisatie voor de gehele kunst-, cultuur- en erfgoedsector. De VNPF is lid van Kunsten ’92.

Aan de arbeidsmarktagenda gingen de twee onderstaande rapporten vooraf. Naar aanleiding van die twee rapporten heeft de minister van OCW in 2017 aan Kunsten ’92 gevraagd om samen met de kunst-, cultuur- en creatieve sector een arbeidsmarktagenda op te stellen.

In januari 2016 publiceerden de Sociaal Economische Raad (SER) en de Raad voor Cultuur de Verkenning arbeidsmarkt culturele sector. Volgens beide raden was de arbeidsmarktsituatie van de culturele sector zorgwekkend. De combinatie van dalende werkgelegenheid, een relatief hoge kans op werkloosheid, lage en dalende inkomens, een slechte onderhandelingspositie voor werknemers en zzp’ers, het vaak niet verzekerd zijn voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid en een geringe pensioenopbouw, maakt de positie van werkenden kwetsbaar.

Hierop volgde in april 2017 Passie gewaardeerd, een advies van de SER en de Raad voor Cultuur met concrete voorstellen hoe de hierboven geschetste situatie kan worden verbeterd. De voorstellen hebben betrekking op o.a. het vergroten van het verdienvermogen, het verbeteren van de inkomenszekerheid, bevorderen van scholing en het versterken van het overleg tussen werkgevers en vakbonden.

VNPF heeft meegedacht over en meegeschreven aan beide rapporten. We hebben een aantal dingen voor elkaar gekregen. In conceptversies gingen beide rapporten vooral over makers/kunstenaars uit de canonieke kunsten: beeldend kunstenaars, dansers, theatermakers, klassieke musici enz. Dit hebben wij weten te verbreden naar zowel andere kunstuitingen (popmuziek!) als naar andere functies zoals geluids- en lichttechnici en andere staffuncties binnen podia en festivals. Daarnaast hebben we met andere brancheverengingen voor elkaar gekregen dat er meer aandacht is gekomen voor de werkgeverskant; dus niet alleen een focus op ‘de makers’.