FAQ voor medewerkers

Wat is het project Harmonisering Functiehuizen?

Het is een sectorbreed traject waarin VSCD, WNPF/VNPF en NAPK samen met de Kunstenbond en AWVN werken aan één geharmoniseerd functiehuis voor de podiumkunsten. Dat functiehuis bestaat uit generieke referentiefuncties (functieprofielen), een functiegroepenstructuur (raster) en een functiehandboek met handleiding. Het is bedoeld als sectorbrede basis waarmee organisaties hun eigen (lokale) functies straks op een consistente manier kunnen spiegelen en indelen.

Wordt mijn baan hierdoor anders?

Niet automatisch. Het project beschrijft en ordent functies. Het verandert niet vanzelf je takenpakket, je team of de organisatie-inrichting.

Gaat dit meteen over salaris?

Nee. Het project levert een functiehuis op; het verandert niet automatisch loongebouwen of individuele salarissen. Eventuele koppeling aan loongebouw vraagt aparte afspraken tussen sociale partners (zoals in cao-overleg).

Waarom herken ik mezelf niet in een generieke referentiefunctie?

Omdat referenties bewust generiek zijn: ze zijn “kapstokken” die voor meerdere organisaties moeten werken. Het gaat niet om 100% herkenning, maar om de best passende referentie op basis van kern: functiedoel, resultaten, verantwoordelijkheden en context.

Betekent generiek dat mijn organisatie straks geen eigen functies meer heeft?

Nee. Organisaties houden ruimte voor lokale invulling en specifieke taken. Het functiehuis biedt referenties om lokale functies aan te spiegelen en te motiveren, niet om alles identiek te maken.

Waarom is “functietitel” minder belangrijk?

Omdat titels per organisatie sterk verschillen. ORBA kijkt naar de inhoud en bijdrage van het werk. Daardoor kun je functies sectorbreed vergelijken zonder te verdwalen in namen.

Is ORBA een beoordeling van mij als persoon?

Nee. Functiewaardering gaat over de functie, niet over hoe goed iemand het doet. Persoonlijke prestaties horen bij beoordelings- en ontwikkelgesprekken; functiewaardering hoort bij het objectief rangordenen van functies.

Wat gebeurt er met combinatiefuncties (bijv. ‘twee petten’)?

Combinatiefuncties zijn juist een belangrijk aandachtspunt. Indeling gaat dan over de kern van het werk: wat is het hoofddoel, welke resultaten zijn structureel, en waar ligt de beslissingsruimte. Bij toetsing wordt extra gekeken of het referentiehuis zulke combinaties kan dragen.

Wanneer mag ik als medewerker iets vinden van concepten?

In de praktijktoetsing. Conceptprofielen worden getoetst bij medewerkers, zodat herkenbaarheid en werkbaarheid vanuit de werkvloer worden meegenomen voordat iets definitief wordt.

Welke rol heeft de Kunstenbond hierbij?

De Kunstenbond is sociale partner en is betrokken bij toetsing en later relevant voor cao-afspraken rond implementatie.

Wat bedoelen jullie met “concept is geen besluit”?

Concepten zijn bouwstenen. Input wordt verwerkt voordat profielen worden vastgesteld. Pas na besluitvorming in de stuurgroep zijn tussen- of eindresultaten “vastgesteld”.

Hoe wordt voorkomen dat er te snel conclusies worden getrokken?

Door vaste processtappen (feedback en praktijktoetsing) en door versie-status duidelijk te communiceren: concept, in toetsing, vastgesteld.

Kan ik nadeel hebben van een nieuwe indeling?

Het project zelf wijzigt niet automatisch salarissen. Als een sector later koppelingen maakt met loongebouw of doorgroei-afspraken, dan hoort daarbij een zorgvuldig transitie- en afsprakenkader.

Wat als ik het oneens ben met de indeling in mijn organisatie?

Dat hoort bij implementatieafspraken binnen organisaties: een vragenroute, herbeoordeling en eventuele bezwaarprocedure. In het project wordt nadrukkelijk nagedacht over implementatie en procedures via handboek en implementatieplan.