Bron

CBS

Aantal zzp’ers blijft dalen, vooral onder hogeropgeleiden, ook bij poppodia verschuiving

4 augustus 2026

Het aantal zelfstandigen zonder personeel is opnieuw afgenomen.

In het tweede kwartaal van 2026 waren er 13.000 minder zzp’ers actief op de arbeidsmarkt. Daarmee daalt het aantal zzp’ers inmiddels voor het zesde kwartaal op rij. Ook het aantal gewerkte uren door zelfstandigen liep licht terug, blijkt uit cijfers van het CBS.

Sinds het vierde kwartaal van 2024 zijn er in totaal 131.000 minder zzp’ers actief. Dat is ook het moment waarop het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid werd beëindigd.

Naast de afkoelende economie lijkt de aangescherpte handhaving rond schijnzelfstandigheid een belangrijke verklaring voor de daling. Het Centraal Planbureau voorspelde twee jaar geleden al dat het aantal zzp’ers als gevolg van die handhaving in 2025 en 2026 met ongeveer 130.000 zou afnemen. Die voorspelde daling is inmiddels, met nog een half jaar te gaan, al bereikt.

De afname is in de afgelopen zes kwartalen in alle sectoren zichtbaar. De sterkste dalingen doen zich voor in de zorg, het onderwijs – inclusief particulier onderwijs en sport – en in handel en vervoer.

Vooral het aantal zzp’ers dat hoofdzakelijk eigen arbeid aanbiedt, neemt sterk af. In anderhalf jaar tijd daalde die groep met 11 procent. Ook onder zelfstandigen die vooral producten verkopen is sprake van een afname, met 6 procent. Die groep staat in principe los van de handhaving op schijnzelfstandigheid. De daling in het meest recente kwartaal was overigens iets minder groot dan gemiddeld over de afgelopen zes kwartalen.

Sterkste afname bij hogeropgeleide zelfstandigen

De cijfers van het CBS laten zien dat de grootste terugval plaatsvindt onder zelfstandigen, met en zonder personeel, die werkzaamheden verrichten op hbo- en wo-niveau. In die groep nam het totaal aantal gewerkte uren met 10 procent af.

Bij zelfstandigen met eenvoudig werk bleef het aantal vrijwel gelijk. Datzelfde geldt voor de groep met werkzaamheden op mbo/hbo-niveau, die binnen de ISCO-indeling onder beroepsniveau 3 valt.

KVK laat ander beeld zien

De cijfers van de Kamer van Koophandel geven tegelijkertijd een ander beeld. De KVK meldde afgelopen week juist een toename van het aantal zzp’ers. Door meer starters en minder stoppers groeide het aantal ingeschreven zelfstandigen in het afgelopen kwartaal met bijna 12.000.

Het verschil zit in de manier waarop beide organisaties meten. De KVK kijkt naar het aantal mensen dat als zelfstandige staat ingeschreven. Het CBS kijkt naar zelfstandigen voor wie het zzp-schap daadwerkelijk de belangrijkste bron van inkomen is.

De KVK-cijfers laten daarmee zien dat er nog steeds veel belangstelling is voor zelfstandig ondernemerschap, ook al neemt het aantal mensen dat hoofdzakelijk als zzp’er actief is volgens het CBS af.

Meer flexibele arbeidsrelaties, minder uitzendbanen

Naast ongeveer 1,5 miljoen zelfstandigen met of zonder personeel telde Nederland in het afgelopen kwartaal ruim 5,6 miljoen werknemers met een vast dienstverband. Dat waren er 4.000 meer dan in het eerste kwartaal.

Daarnaast hebben ruim 2,7 miljoen werknemers een flexibele arbeidsrelatie. Die groep groeide voor het vierde kwartaal op rij.

De stijging van het aantal flexwerknemers komt niet voor rekening van de uitzendsector. Het aantal banen bij en via uitzendbureaus nam juist met 13.000 af ten opzichte van het voorgaande kwartaal.

Het totale aantal banen kwam uit op 11,6 miljoen. Dat waren er 8.000 minder dan een kwartaal eerder, na een stijging in het eerste kwartaal van 2026.

Per sector zijn er duidelijke verschillen. In het openbaar bestuur kwamen er 6.000 banen bij. In cultuur, recreatie en overige diensten groeide het aantal banen met 4.000. In de zakelijke dienstverlening nam het aantal banen met 6.000 af, nadat daar in het eerste kwartaal nog 10.000 banen bijkwamen.

Minder vacatures én minder werklozen

Ook op andere onderdelen van de arbeidsmarkt was sprake van een lichte daling. Zowel het aantal vacatures als het aantal werklozen nam in het afgelopen kwartaal af.

Het werkloosheidspercentage daalde van 4,0 naar 3,9 procent. Daarmee kwam een einde aan een periode waarin de werkloosheid geleidelijk opliep. Ter vergelijking: in het tweede kwartaal van 2022 was 3,3 procent van de beroepsbevolking werkloos.

In het tweede kwartaal van 2026 waren 396.000 mensen werkloos. Dat zijn er 17.000 minder dan een kwartaal eerder.

Het aantal openstaande vacatures daalde tegelijkertijd met 3.000. Aan het einde van het kwartaal stonden er 375.000 vacatures open. De meeste vacatures zijn nog altijd te vinden in de zorg, handel en zakelijke dienstverlening. Samen zijn deze sectoren goed voor meer dan de helft van alle openstaande vacatures.

Per 100 werklozen zijn er nu 95 vacatures. Daarmee blijft de arbeidsmarkt krap, al ligt de spanning duidelijk lager dan tijdens de piek vier jaar geleden. In het tweede kwartaal van 2022 waren er nog 142 vacatures per 100 werklozen.

Ook bij poppodia verschuift werk van zzp naar loondienst

De landelijke ontwikkeling is ook zichtbaar in de cijfers van de VNPF-poppodia. In 2025 bleef het totale aantal werkzame personen bij de onderzochte poppodia vrijwel gelijk aan 2024, maar veranderde de samenstelling van het personeelsbestand duidelijk.

Het aantal medewerkers in loondienst nam in 2025 met 7 procent toe ten opzichte van 2024. Het aantal ingehuurde zelfstandigen daalde in dezelfde periode met 10 procent. Ook het overige ingehuurde personeel, zoals uitzendkrachten, gedetacheerden en payrollmedewerkers, nam af.

Die verschuiving is nog sterker zichtbaar in het aantal gewerkte uren. Medewerkers in loondienst werkten in 2025 11 procent meer uren dan een jaar eerder. Over de periode 2023–2025 steeg het aantal gewerkte uren in loondienst met 19 procent, terwijl het aantal uren van ingehuurde zelfstandigen in diezelfde periode met 24 procent daalde.

In 2025 werd daardoor 70 procent van alle gewerkte uren bij de poppodia verricht door medewerkers in loondienst. Zelfstandigen waren goed voor ongeveer 7 procent van de gewerkte uren.

In Poppodia en Festivals in Cijfers 2025 wordt al gewezen op een mogelijke samenhang met het beëindigen van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid. De beweging die het CBS nu landelijk signaleert, zien we daarmee ook terug binnen de poppodiumsector: minder ingehuurd werk en meer werk in loondienst.