Div
Stage kan juridisch toch een arbeidsovereenkomst zijn
16 september 2026
We zien dat er in de sector weer veel stagiaires worden gevraagd.
Daarbij is het belangrijk dat het leerdoel daadwerkelijk centraal staat. Als een stagiair in de praktijk vooral regulier werk verricht, kan de overeenkomst juridisch worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Een stage is bedoeld om studenten uit het mbo, hbo of wo praktijkervaring op te laten doen en hen in het kader van hun opleiding verder te laten leren. Daarom wordt doorgaans een stageovereenkomst gesloten. Zo’n overeenkomst moet duidelijk verschillen van een arbeidsovereenkomst. Als dat onderscheid in de praktijk ontbreekt, bestaat het risico dat een rechter toch oordeelt dat sprake is van een dienstverband.
Dat kan gevolgen hebben voor onder meer loon, ontslagbescherming, belastingen en sociale premies.
Recente rechtspraak laat zien waar de grens kan liggen.
Werkzaamheden sloten onvoldoende aan bij het leerdoel
Een student liep ruim acht maanden stage bij een organisatie in de evenementensector. Na afloop van de stage trad hij in dienst. Die arbeidsovereenkomst werd vervolgens twee keer verlengd. Toen de werkgever daarna niet verder wilde verlengen, stelde de werknemer dat ook de eerdere stageperiode feitelijk al een arbeidsovereenkomst was geweest. Als dat zo was, zou inmiddels een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn ontstaan. De kantonrechter gaf hem gelijk.
Uit eerdere rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat werkzaamheden tijdens een stage in overwegende mate in het belang van de opleiding en ontwikkeling van de stagiair moeten worden verricht. In deze zaak sloot de praktijk onvoldoende aan bij dat uitgangspunt. De opleiding richtte zich op het organiseren en uitvoeren van evenementen, terwijl de student in de praktijk als beginnend productiemanager werkte. Het behalen van leer- en studieresultaten stond daarbij niet centraal.
De rechter concludeerde daarom dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. De werkgever moest alsnog het wettelijk minimumloon betalen in plaats van alleen de stagevergoeding. Daarnaast waren een transitievergoeding en een billijke vergoeding van drie maandsalarissen verschuldigd, mede vanwege ernstig verwijtbaar handelen rond de beëindiging.
Zie ook: Rechtbank Midden-Nederland, 24 juli 2024, ECLI verkort: 4844
Bbl-leerling werkte feitelijk als gewone werknemer
In een andere zaak sloot een autoschadeherstelbedrijf een stageovereenkomst met een bbl-leerling. Daarbij werd maandelijks € 1.200 betaald. Na ongeveer zeven maanden beëindigde het bedrijf de overeenkomst per direct wegens herhaald overtreden van gedragsregels, waaronder ongeoorloofd smartphonegebruik op de werkvloer en diefstal.
De leerling stelde vervolgens dat geen sprake was van een stage, maar van een arbeidsovereenkomst, en vroeg onder meer om een billijke vergoeding.
Ook hier keek de rechter naar de feitelijke uitvoering van de overeenkomst. Daarbij zijn de bekende kenmerken van een arbeidsovereenkomst relevant: het persoonlijk verrichten van arbeid, betaling van loon en een gezagsverhouding.
De leerling voerde zelfstandig reparatiewerkzaamheden uit en functioneerde volgens de rechter niet wezenlijk anders dan de overige autoschadeherstellers. Bovendien bleek uit informatie van BOVAG dat bbl-leerlingen in deze branche doorgaans op basis van een arbeidsovereenkomst werken. De werkgever kon onvoldoende onderbouwen waarom dat in dit geval anders zou zijn.
De rechter kwalificeerde de verhouding daarom als een arbeidsovereenkomst. Het ontslag op staande voet werd echter wel rechtsgeldig geacht. De gevraagde vergoedingen werden daarom niet toegekend.
Zie ook: Rechtbank Midden-Nederland, 6 augustus 2024, ECLI verkort: 4790
Bij duidelijke leerdoelen bleef het een stage
Een derde zaak laat zien dat een stageovereenkomst wel degelijk als zodanig kan worden aangemerkt wanneer het leerkarakter voldoende zichtbaar is.
Een hbo-student had een driepartijenovereenkomst gesloten met een marketingbureau en haar hogeschool. Na enkele maanden ontstond een conflict over haar gedrag tijdens een bedrijfsbezoek. Nadat zij per e-mail kritiek had geuit op de beoordeling door haar begeleider, beëindigde het bedrijf de stage met onmiddellijke ingang.
De student stelde bij de rechter dat feitelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst. Zij vroeg om vernietiging van het ontslag en betaling van het minimumloon over 360 gewerkte uren.
De rechter keek onder meer naar de manier waarop de stage tot stand was gekomen en werd uitgevoerd. De student had bewust gesolliciteerd op een stageplaats, een stageovereenkomst gesloten en een stageplan opgesteld. Ook lag de vergoeding van € 300 duidelijk onder het niveau van het minimumloon.
De stelling dat zij voornamelijk productiewerk zonder begeleiding verrichtte, werd onvoldoende onderbouwd. Uit WhatsApp-berichten bleek juist dat zij vrijwel dagelijks contact had met haar stagebegeleider en daarbij inhoudelijke feedback ontving. Ook uit andere omstandigheden bleek volgens de rechter niet dat sprake was van een arbeidsovereenkomst.
De stage bleef daarom juridisch een stage. Omdat de student bovendien niet specifiek had aangevoerd dat de tussentijdse beëindiging van de stageovereenkomst zelf onrechtmatig was, werden haar verzoeken afgewezen.
Leerdoel moet in de praktijk zichtbaar blijven
Voor werkgevers is vooral van belang dat niet de naam van de overeenkomst doorslaggevend is, maar de feitelijke uitvoering ervan.
Een stage moet aantoonbaar gericht zijn op leren en ontwikkeling. Daar horen doorgaans een duidelijk stageplan, concrete leerdoelen, passende begeleiding en regelmatige feedback bij. Zodra een stagiair vooral regulier productief werk verricht en nauwelijks onderscheid bestaat met werknemers, neemt het risico toe dat de arbeidsrelatie achteraf als arbeidsovereenkomst wordt gekwalificeerd.
Dat kan aanzienlijke gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor loon, vakantiegeld, premies, ontslagbescherming en vergoedingen bij beëindiging.