Bron

NAPA e.a.

Audiovisuele sector ontwikkelt sectorale aanpak rond zzp-inhuur, iets voor VNPF-achterban?

21 mei 2026

Na langdurig overleg tussen de audiovisuele sector en de Belastingdienst is een werkwijze ontstaan waarmee opdrachtgevers in de sector zelfstandigen kunnen blijven inhuren binnen vooraf uitgewerkte kaders.

De aanpak is vastgelegd in een uitgebreid pakket aan zogenoemde beheersmaatregelen. Volgens betrokken brancheorganisaties biedt dit meer houvast in een periode waarin veel onzekerheid bestaat over schijnzelfstandigheid en handhaving van de Wet DBA. Tegelijkertijd klinkt ook kritiek: het opzetten en uitvoeren van dergelijke systemen vraagt veel tijd, administratie en juridische ondersteuning.

Projectmatig werken als uitgangspunt

De audiovisuele sector benadrukt dat projectmatig werken met freelancers al decennialang onderdeel is van de praktijk in film en televisie. In gesprekken met de Belastingdienst is uitgebreid stilgestaan bij de vraag hoe begrippen als “gezag” en “inbedding” moeten worden geïnterpreteerd binnen een sector die grotendeels met tijdelijke producties en externe specialisten werkt.

Uiteindelijk is gekozen voor een model waarbij opdrachtgevers per functie en per opdracht moeten kunnen onderbouwen waarom sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Daarvoor zijn onder meer formats, checklists en beoordelingskaders ontwikkeld.

Ondernemerschap explicieter onderbouwen

Binnen de aanpak wordt nadrukkelijk gekeken naar extern ondernemerschap, zoals acquisitie, meerdere opdrachtgevers en de mate van afhankelijkheid van één opdrachtgever.

De betrokken partijen geven aan dat de aanpak niet betekent dat er volledige zekerheid bestaat, maar wel dat inspecteurs de sector nu langs een meer uniforme set criteria kunnen beoordelen.

Is een dergelijke sectorale aanpak ook relevant voor andere branches?

De vraag wordt inmiddels ook breder gesteld: zou een vergelijkbare aanpak bruikbaar kunnen zijn voor andere sectoren waarin traditioneel veel met zelfstandigen wordt gewerkt?

Volgens betrokken adviseurs hangt dat sterk af van de aard van de sector. In sommige domeinen is freelance werken historisch en organisatorisch diep verankerd, terwijl dat in andere sectoren lastiger ligt. Tegelijkertijd lijkt de gedachte achter een gezamenlijke sectorspecifieke aanpak interessant: meer duidelijkheid creëren op basis van kennis van de praktijk in plaats van uitsluitend generieke toetsingskaders.

Is dit ook relevant voor de VNPF-achterban?

Of een dergelijke benadering ook relevant zou kunnen zijn voor de achterban van de VNPF wordt momenteel verder verkend.