Brexit en de Nederlandse muziekindustrie (3)

Op 29 maart komt er (hoogstwaarschijnlijk) een eind aan de soap die Brexit heet. Entertainment Business (EB) schreef er een driedelige reeks over. Wat voor gevolgen heeft het vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie voor de Nederlandse (live-)muziekindustrie? Zijn poppodia, festivals en artiesten zich al aan het voorbereiden of kijken ze vooralsnog de kat uit de boom? In deze driedelige serie gaat EB op onderzoek uit.

Als Groot-Brittannië de EU verlaat, zijn aparte carnetformulieren nodig om de backline in te kunnen voeren en weer mee naar huis te kunnen nemen. In dat scenario wordt het Verenigd Koninkrijk minder aantrekkelijk als livemuziekmarkt. Net zoals de Verenigde Staten, voor veel artiesten het ultieme land om in op te treden, erg onaantrekkelijk wordt als blijkt hoeveel kosten, papierwerk en gedoe er bij komt kijken voordat je überhaupt met je gitaar op het vliegtuig kunt stappen.

“De kans is meer dan groot dat de situatie sterk gaat lijken op het Amerikaanse model, wat er voor zorgt dat meer bands de oversteek niet meer zullen maken”, vertelt Bart van Haare van Dutch Music Exportbureau van Buma Cultuur.

Dat kan op zijn beurt gevolgen hebben voor de Europese strategie van artiesten, bevestigt manager Steijn Koeijvoets. “Engeland is een belangrijke markt voor MY BABY. We hebben jarenlang geïnvesteerd om er voet aan de grond te krijgen. Dat werpt zijn vruchten af; de festivals en zalen waar we optreden, worden bij elke tournee groter. We zijn nu eindelijk op een punt dat er daar geld wordt verdiend met shows dankzij ticketverkoop en gages.”

Lees hier het volledige artikel. En luister hier naar het fragment van Kees Lamers van de VNPF op NPO radio 5.