Onderzoek naar geografische spreiding cultuur biedt waardevolle basis, maar roept ook vragen op

25 juni 2026

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het onderzoek 'Geografische spreiding van cultuur in Nederland' naar de Tweede Kamer gestuurd.

SEO Economisch Onderzoek en AEF onderzochten in opdracht van het ministerie hoe cultuurvoorzieningen, culturele activiteiten en publieke cultuuruitgaven over Nederland zijn verdeeld. Daarbij is gekeken naar de rol van het Rijk, provincies, gemeenten en fondsen in de geografische spreiding van cultuur.

Ontdek hier direct de rapportage

Duidelijke regionale verschillen

Het rapport laat zien dat cultuurvoorzieningen en publieke middelen in heel Nederland aanwezig zijn, maar dat er duidelijke regionale verschillen bestaan. Culturele voorzieningen en middelen zijn relatief sterk geconcentreerd in de Randstad en andere grotere stedelijke kernen. Provincies als Drenthe, Flevoland en Zeeland kennen volgens het onderzoek een beperkter cultuuraanbod en lagere cultuuruitgaven. Basisvoorzieningen, zoals bibliotheken, zijn gelijkmatiger verspreid dan specialistischer aanbod, zoals architectuur, beeldende kunst en audiovisuele cultuur.

Spreidingsbeleid nog volop in ontwikkeling

Ook laat het onderzoek zien dat beleidsinstrumenten voor geografische spreiding nog volop in ontwikkeling zijn. Overheden en fondsen gebruiken verschillende instrumenten, zoals subsidieregelingen en bestuurlijke afspraken, maar doen dat vaak vanuit uiteenlopende doelen en zonder duidelijke samenhang. Daardoor blijft de sturing op spreiding beperkt en sterk afhankelijk van bestaande culturele infrastructuren en initiatieven.

Volgens de onderzoekers vraagt verdere ontwikkeling van spreidingsbeleid om een explicietere visie op wat onder wenselijke spreiding van cultuur wordt verstaan. Daarbij zijn gerichte beleidskeuzes, betere samenwerking tussen overheden en meer aandacht voor concrete knelpunten van belang. De komende BIS-subsidieperiode wordt in het rapport genoemd als belangrijk moment om het spreidingsbeleid verder aan te scherpen.

Vragen over afdoening moties

Tegelijkertijd roept het rapport ook vragen op. In de begeleidende brief schrijft de minister dat met het onderzoek verschillende moties zijn afgedaan. Dat is opmerkelijk, omdat het rapport geen duidelijk antwoord geeft op onder meer de breed aangenomen motie-Mohandis/Rooderkerk over het wettelijk verankeren van doelstellingen in de Wet op het specifiek cultuurbeleid. De minister heeft aangegeven eerst met medeoverheden, zoals provincies en gemeenten, in gesprek te gaan en daarna met een reactie te komen.

Aandacht voor de popsector

VNPF vindt het goed dat er nu een rapport ligt over geografische spreiding van cultuur. Het onderwerp is van groot belang voor toekomstbestendig cultuurbeleid dat recht doet aan verschillen tussen regio’s, disciplines en publieksgroepen. Tegelijkertijd had het rapport aan kracht gewonnen wanneer ook andere aspecten nadrukkelijker waren meegenomen.

Via Kunsten ’92 heeft VNPF input geleverd voor de reactie op het onderzoek. Daarbij is onder meer aandacht gevraagd voor de manier waarop poppodia in het onderzoek worden geteld. Voor een goed beeld van de popsector is het niet voldoende om alleen naar het aantal poppodia te kijken; ook de programmering op die podia is relevant. Juist die programmering laat zien hoe breed en divers het aanbod in de praktijk is en welke rol podia spelen in de culturele infrastructuur van steden en regio’s.

Meer dan tellen van voorzieningen

Daarnaast is het van belang dat spreidingsbeleid niet alleen beschrijft waar voorzieningen zich bevinden, maar ook vertrekt vanuit een visie op cultuurbeoefening, makers, publieksbereik en de samenhang tussen verschillende onderdelen van de culturele en creatieve sector. Daarbij hoort ook de vraag welke basisvoorzieningen overal beschikbaar zouden moeten zijn en waar specialistischer aanbod logisch kan landen.

De komende periode zal moeten blijken hoe de minister, samen met provincies en gemeenten, opvolging geeft aan het rapport. Voor VNPF is daarbij van belang dat de positie van poppodia en popfestivals goed wordt meegenomen. Zij vervullen een belangrijke rol in het culturele ecosysteem: als plek voor presentatie, talentontwikkeling, ontmoeting, publieksopbouw en regionale cultuurdeelname.

Een scherpe visie op geografische spreiding vraagt daarom niet alleen om cijfers over voorzieningen en uitgaven, maar ook om inzicht in de daadwerkelijke culturele functie die organisaties in hun omgeving vervullen.