Div
Overmacht en onvoorziene omstandigheden: wat betekenen ze vandaag de dag nog voor overeenkomsten?
5 augustus 2026
Pandemieën, oorlog, overheidsmaatregelen, grote storingen: gebeurtenissen die vroeger vaak als theoretische uitzonderingen in contracten werden genoemd, zijn de afgelopen jaren helaas een stuk minder denkbeeldig geworden.
Voor podia en festivals is het daarom relevant om te weten wat er gebeurt als een overeenkomst door uitzonderlijke omstandigheden niet of niet volledig kan worden nagekomen. De wet biedt daarvoor al verschillende regelingen. Zelf uitgebreide lijsten met mogelijke calamiteiten in een overeenkomst opnemen is daarom niet altijd nodig – en kan soms zelfs onbedoeld tot minder flexibiliteit leiden.
Wanneer is sprake van overmacht?
In het Burgerlijk Wetboek is geregeld dat een tekortkoming een partij niet kan worden toegerekend wanneer deze niet aan haar schuld te wijten is en ook niet op grond van de wet, een rechtshandeling of de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor haar rekening komt. Dit wordt doorgaans aangeduid als overmacht.
Of daadwerkelijk sprake is van overmacht, moet steeds aan de hand van de concrete omstandigheden en de gemaakte afspraken worden beoordeeld.
Denk bijvoorbeeld aan een evenement dat door een onverwacht overheidsverbod niet kan plaatsvinden. Als de organisator daardoor bepaalde verplichtingen niet meer kan nakomen en die situatie niet voor zijn rekening komt, kan sprake zijn van overmacht. Een contractspartij kan dan in beginsel geen schadevergoeding verlangen voor een tekortkoming die niet aan de organisator kan worden toegerekend.
Overmacht betekent echter niet automatisch dat alle financiële verplichtingen of de hele overeenkomst verdwijnen. Of partijen nog moeten presteren, kunnen opschorten of de overeenkomst kunnen ontbinden, hangt onder meer af van de aard van de verplichting en de overeenkomst.
Wat gebeurt er met betalingen na annulering?
Als een prestatie definitief niet meer kan worden geleverd, kan onder omstandigheden ontbinding van de overeenkomst aan de orde zijn. Ontbinding brengt in beginsel mee dat partijen worden bevrijd van de verplichtingen waarop de ontbinding betrekking heeft. Prestaties die al zijn verricht, kunnen vervolgens ongedaan moeten worden gemaakt.
Voor een organisator kan dat bijvoorbeeld betekenen dat een betaalde vergoeding of ticketprijs moet worden terugbetaald als de overeengekomen prestatie niet wordt geleverd en de overeenkomst wordt ontbonden.
Welke rechten een bezoeker precies heeft, hangt echter ook af van de toepasselijke voorwaarden en, bij particuliere bezoekers, van het consumentenrecht. Algemene voorwaarden mogen de wettelijke rechten van consumenten niet op een oneerlijke of onredelijk bezwarende manier beperken.
Een bepaling waarin bijvoorbeeld staat dat een bezoeker bij iedere gedwongen annulering standaard maar een deel van de ticketprijs terugkrijgt, is daarom niet zonder meer rechtsgeldig. Zo’n regeling moet afzonderlijk juridisch worden beoordeeld.
Moet je overmacht uitgebreid definiëren?
De wettelijke overmachtsregeling is bewust ruim geformuleerd. Daardoor kunnen ook situaties die bij het sluiten van de overeenkomst niet waren voorzien eronder vallen.
Wie in een overeenkomst zelf een overmachtsbepaling opneemt, doet er daarom goed aan zorgvuldig te formuleren. Een limitatieve opsomming – waarin uitsluitend een aantal specifieke gebeurtenissen als overmacht worden aangemerkt – kan juist discussie opleveren wanneer zich een andere calamiteit voordoet.
Een mogelijkheid is om de wettelijke regeling als uitgangspunt te laten gelden en in de overeenkomst te verduidelijken dat bepaalde situaties daar in ieder geval ook onder kunnen vallen, voor zover aan de overige voorwaarden voor overmacht wordt voldaan.
Voor podia en festivals kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:
- een verplicht opgelegde sluiting of een verbod op het evenement;
- een omvangrijke en langdurige storing van essentiële digitale voorzieningen;
- het grootschalig uitvallen van personeel;
- ernstige verstoring van transport of andere essentiële logistiek.
Ook bij dergelijke voorbeelden blijft de precieze formulering van belang. Niet iedere personeelsuitval, internetstoring of logistieke vertraging zal automatisch overmacht opleveren.
Leg niet alleen de oorzaak, maar ook de gevolgen vast
Een goede calamiteiten- of overmachtsbepaling beschrijft bij voorkeur niet alleen wanneer zij van toepassing is, maar ook wat er vervolgens gebeurt.
Partijen kunnen bijvoorbeeld afspraken maken over:
- het tijdelijk opschorten van verplichtingen;
- het verplaatsen van een evenement of prestatie;
- de verdeling van reeds gemaakte kosten;
- termijnen waarbinnen partijen elkaar moeten informeren;
- gedeeltelijke nakoming;
- beëindiging van de overeenkomst als de situatie te lang duurt.
Alleen afspreken dat partijen bij problemen ‘met elkaar in overleg gaan’ geeft relatief weinig zekerheid. Zo’n bepaling verplicht wel tot overleg, maar garandeert niet dat partijen ook tot overeenstemming komen.
Redelijkheid en billijkheid als vangnet
Naast overmacht kent het contractenrecht de eisen van redelijkheid en billijkheid. Een contractuele regel kan in een uitzonderlijke situatie buiten toepassing blijven als toepassing daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
De lat daarvoor ligt hoog. Dat een afspraak achteraf nadelig, hard of ongunstig uitpakt, is op zichzelf niet voldoende. Het moet gaan om omstandigheden waarin het vasthouden aan de afspraak echt onaanvaardbaar zou zijn.
Onvoorziene omstandigheden
Daarnaast kan een rechter op grond van artikel 6:258 BW een overeenkomst wijzigen of geheel of gedeeltelijk ontbinden als zich onvoorziene omstandigheden voordoen die zo ingrijpend zijn dat de andere partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft.
‘Onvoorzien’ heeft hierbij een juridische betekenis. Het gaat niet uitsluitend om de vraag of partijen een gebeurtenis feitelijk zagen aankomen, maar vooral om de vraag of zij bij het sluiten van de overeenkomst in de gevolgen van die omstandigheid hebben voorzien.
Ook hier geldt dat rechters terughoudend zijn. In een recente zaak over de huur van een evenementenhal bevestigde het gerechtshof bijvoorbeeld dat bij een beroep op onvoorziene omstandigheden vanwege coronamaatregelen zorgvuldig naar de specifieke afspraken en omstandigheden moet worden gekeken.
Pandemie of oorlog niet automatisch meer ‘onvoorzien’
De ervaringen van de afgelopen jaren spelen ook mee bij nieuwe overeenkomsten. Wie vandaag een contract sluit, kan moeilijk volhouden dat het bestaan van risico’s zoals pandemieën, internationale conflicten, sancties of ingrijpende overheidsmaatregelen in algemene zin volstrekt ondenkbaar is.
Dat betekent niet dat iedere toekomstige pandemie, oorlog of overheidsmaatregel automatisch voor rekening van een contractspartij komt. Wel wordt belangrijker welke risico’s partijen bij het sluiten van de overeenkomst hebben verdeeld en welke gevolgen zij daaraan hebben verbonden.
Juist bij nieuwe contracten is het daarom verstandig bewust stil te staan bij uitzonderlijke omstandigheden.
Praktisch: kijk opnieuw naar contracten en algemene voorwaarden
Voor podia en festivals kan het verstandig zijn om bestaande overeenkomsten met bijvoorbeeld leveranciers, cateraars, artiesten, verhuurders en andere zakelijke partners nog eens tegen het licht te houden.
Kijk daarbij niet alleen of het woord ‘overmacht’ ergens voorkomt, maar vooral naar drie vragen:
Welke gebeurtenissen vallen eronder? Welke verplichtingen worden geraakt? En wie draagt welke kosten als uitvoering onmogelijk wordt?
Bij overeenkomsten met bezoekers en andere consumenten is extra voorzichtigheid nodig. Daar gelden aanvullende wettelijke beschermingsregels en kunnen afspraken die tussen zakelijke partijen wel mogelijk zijn, tegenover consumenten niet rechtsgeldig zijn.
Bij twijfel over de gevolgen van een overmachts- of annuleringsbepaling is juridisch advies verstandig, zeker wanneer er grote financiële belangen mee gemoeid zijn.