Raad van State adviseert over langere subsidietermijn cultuur

25 juni 2026

Wetsvoorstel maakt subsidies van acht jaar mogelijk, maar effect voor fondsgesubsidieerde organisaties is nog onzeker.

De Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel waarmee de maximale subsidietermijn binnen de Wet op het specifiek cultuurbeleid wordt verlengd van vier naar acht jaar. De Afdeling advisering begrijpt de wens om culturele organisaties meer rust en ruimte te bieden, maar vraagt het kabinet wel om beter toe te lichten hoe effectief de maatregel in de praktijk zal zijn.

Lees meer hier.

Met het wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan een aanbeveling van de Raad voor Cultuur om de financieringstermijn in het cultuurbeleid te verlengen. Een langere termijn kan bijdragen aan minder administratieve lasten, meer stabiliteit, ruimte voor langetermijninvesteringen en betere mogelijkheden voor artistieke ontwikkeling. Ook kan hiermee een betere balans ontstaan tussen continuïteit en vernieuwing.

De Raad van State plaatst daarbij wel een belangrijke kanttekening. Het wetsvoorstel maakt een langere subsidietermijn mogelijk, maar verplicht cultuurfondsen niet om subsidies daadwerkelijk voor acht jaar te verstrekken. Omdat cultuurfondsen zelfstandige bestuursorganen zijn, bepalen zij zelf hun werkwijze, procedures en subsidiecriteria, binnen de kaders die de minister stelt.

Volgens de Raad van State is daarom nog onvoldoende duidelijk hoe het kabinet ervoor wil zorgen dat ook fondsgesubsidieerde culturele organisaties profiteren van de beoogde rust en ruimte. Dat is relevant omdat in de huidige subsidieperiode meer dan de helft van de middelen op de rijksbegroting voor cultuursubsidies via de fondsen wordt verdeeld.

De Afdeling advisering adviseert het kabinet daarom om in de memorie van toelichting nader in te gaan op de effectiviteit van het wetsvoorstel. Daarbij moet duidelijker worden of, en zo ja hoe, de regering wil bevorderen dat ook de fondsen langere subsidietermijnen gaan hanteren.

Het wetsvoorstel kan pas bij de Tweede Kamer worden ingediend nadat het kabinet op het advies van de Raad van State heeft gereageerd.