rechtspraak.nl
Uitspraak Temper onderstreept risico’s rond schijnzelfstandigheid
18 juni 2026
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 16 juni 2026 geoordeeld dat werkers van platform Temper uitzendkrachten zijn.
Daarmee komt het hof tot een ander oordeel dan de rechtbank eerder deed. Die oordeelde nog dat er geen uitzendovereenkomst bestond tussen Temper en de werkers. Het hof ziet dat nu anders. De zaak draaide om de vraag hoe de arbeidsrelatie tussen Temper en de werkers moet worden gezien. Temper presenteert zich als een online platform waar opdrachtgevers en werkers afspraken kunnen maken over tijdelijke werkzaamheden. Volgens Temper zijn de werkers kleine ondernemers, oftewel zzp’ers, die via het platform zelfstandig opdrachten aannemen. Vakbonden FNV en CNV stelden juist dat Temper in de praktijk functioneert als een uitzendbureau. Volgens hen is sprake van schijnzelfstandigheid: werkers worden wel als zelfstandigen gepresenteerd, maar werken feitelijk niet als echte ondernemers. Het hof volgt die redenering en oordeelt dat de werkers van Temper uitzendkrachten zijn.
Waarom deze uitspraak belangrijk is
De uitspraak bevestigt opnieuw dat niet het contract of het label doorslaggevend is, maar de praktijk. Iemand kan op papier zzp’er zijn, een factuur sturen en via een platform of opdrachtovereenkomst werken, maar dat betekent niet automatisch dat er juridisch ook sprake is van zelfstandigheid.
De rechter kijkt naar hoe het werk feitelijk is georganiseerd. Wie bepaalt de voorwaarden? Wie stuurt het werk aan? Hoe zelfstandig kan iemand de opdracht uitvoeren? Is er sprake van ondernemerschap? Of lijkt de werkrelatie in de praktijk meer op werken via een werkgever of uitzendbureau?
Dat maakt de uitspraak breder relevant dan alleen voor Temper. De zaak raakt aan een grotere discussie over platformwerk, flexibele arbeid en schijnzelfstandigheid. Ook in sectoren waar veel met tijdelijke inzet, piekbelasting en losse opdrachten wordt gewerkt, is deze uitspraak een belangrijk signaal.
Wat kunnen organisaties hiermee?
De uitspraak betekent niet dat werken met zzp’ers niet meer kan. Echte zelfstandigheid blijft mogelijk. Wel vraagt het om een bewuste beoordeling van de praktijk.
Voor poppodia en -festivals is het verstandig om per type inzet na te gaan of de zzp-constructie past bij de feitelijke werkzaamheden. Is sprake van een zelfstandige opdracht met eigen verantwoordelijkheid, eigen tariefstelling, ondernemersrisico en ruimte om het werk zelf in te richten? Of wordt iemand feitelijk ingezet als onderdeel van de reguliere bezetting, onder aansturing van de organisatie en op werkzaamheden die ook door werknemers worden gedaan?
Kortom
De uitspraak in de Temper-zaak laat zien dat de rechter niet alleen kijkt naar wat partijen op papier afspreken, maar vooral naar hoe het werk in de praktijk wordt uitgevoerd.
Voor poppodia en -festivals is dat een belangrijk signaal. Flexibiliteit blijft nodig in onze sector, maar zzp is geen vorm die je alleen administratief kunt kiezen. De gekozen arbeidsrelatie moet passen bij de werkelijkheid van het werk.