Bron

ZZP Nederland

Veel kritische vragen over verplichte AOV voor zzp’ers: Tweede Kamer bevraagt wetsvoorstel BAZ

11 juni 2026

De Tweede Kamer heeft een belangrijke volgende stap gezet in de behandeling van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ). De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft haar verslag gepubliceerd.

In dit verslag stellen politieke partijen tientallen kritische vragen aan het kabinet over de voorgestelde verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Voor zelfstandigen is dit een interessant document. Niet omdat er al besluiten zijn genomen, maar omdat het laat zien welke zorgen en aandachtspunten leven bij de verschillende fracties. Tegelijkertijd is het belangrijk om te benadrukken dat dit verslag nog geen politiek oordeel bevat. Het gaat om een technische voorbereiding van het debat.

Wat is een Kamercommissieverslag?

Voordat een wetsvoorstel in de Tweede Kamer wordt behandeld, krijgen Kamerleden de mogelijkheid om vragen te stellen aan het kabinet. Deze vragen worden verzameld in een zogenoemd verslag.

Het kabinet moet de gestelde vragen nog beantwoorden, maar de commissie is van oordeel dat openbare parlementaire behandeling van het wetsvoorstel voldoende is voorbereid.

De vragen die nu zijn gesteld, zeggen daarom niet automatisch iets over steun of afwijzing van de BAZ. Een partij kan kritische vragen stellen en uiteindelijk voor stemmen. Maar ook andersom kan een partij vragen stellen uit interesse en later tegen stemmen. Het verslag geeft vooral inzicht in welke onderdelen van de wet nog ter discussie staan.

Welke vragen stellen de partijen?

Opvallend is dat vrijwel alle partijen vragen hebben over de uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en effectiviteit van de regeling.

Veel terugkerende onderwerpen zijn:

  • De wachttijd van 104 weken.
  • De hoogte van de uitkering.
  • De premie die zelfstandigen moeten betalen.
  • De uitvoerbaarheid door UWV.
  • De opt-out naar een private verzekering.
  • Het draagvlak onder zelfstandigen.
  • De vraag of de verzekering daadwerkelijk leidt tot betere bescherming.

Opvallend is dat veel vragen raken aan dezelfde onderwerpen waar o.a. ZZP Nederland, al langere tijd aandacht voor vraagt. De leden van de JA21-fractie haalden zelfs een achterbanonderzoek van de Vereniging ZZP Nederland aan, waarmee ze het draagvlak onder zelfstandigen voor het wetsvoorstel aan de orde stellen. Ook de Raad van State komt regelmatig terug in de vragen. Die uitte eerder stevige kritiek op de uitvoerbaarheid van de regeling.

Uitvoerbaarheid blijft groot struikelblok

Meerdere partijen vragen zich af hoe het UWV deze nieuwe regeling moet uitvoeren terwijl er nu al grote problemen bestaan met WIA-keuringen en achterstanden.

VVD, CDA, PVV, JA21 en ChristenUnie willen van het kabinet weten wanneer UWV voldoende capaciteit heeft om deze regeling uit te voeren. De uitvoerbaarheid is ook één van de belangrijkste kritiekpunten van ZZP Nederland.

Als zelfstandigen verplicht premie moeten betalen, moet daar ook een reële kans op een passende uitkering tegenover staan.
Frank Alfrink, voorzitter Vereniging ZZP Nederland.

De wachttijd van twee jaar roept veel vragen op

De voorgestelde verzekering keert pas uit na 104 weken arbeidsongeschiktheid. Verschillende partijen vragen zich af hoe zelfstandigen die periode moeten overbruggen. Het CDA vraagt bijvoorbeeld hoeveel zelfstandigen onvoldoende financiële buffer hebben om twee jaar zonder inkomen te kunnen overleven. Ook PVV en ChristenUnie stellen vragen over de gevolgen van deze lange wachttijd.

Voor veel zelfstandigen is dit een cruciaal punt. Wie twee jaar moet wachten voordat een uitkering mogelijk wordt, zal in die periode zelf voor inkomen moeten zorgen via spaargeld, een partnerinkomen, een schenkkring, een private verzekering of uiteindelijk de bijstand.

Hoe groot is de kans op een uitkering?

Frank Alfrink, voorzitter van Vereniging ZZP Nederland: “Wij zien nog steeds dat een ruime meerderheid van onze achterban tegen een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering is. Maar als de politiek uiteindelijk toch voor een verplichting kiest, dan moet er voldoende ruimte zijn voor zelfstandigen om zelf invulling te geven aan hun inkomensbescherming. Denk aan bestaande voorzieningen die onder het overgangsrecht vallen of een goed werkende opt-out. Tegelijkertijd moet de verplichte regeling zelf wel een degelijk vangnet bieden. Op dat punt hebben wij nog steeds grote zorgen. Als zelfstandigen verplicht premie moeten betalen, moet daar ook een reële kans op een passende uitkering tegenover staan.”

Een opvallend punt in het verslag is dat meerdere partijen vragen stellen over het daadwerkelijke bereik van de regeling. De voorgestelde BAZ werkt namelijk anders dan veel zelfstandigen verwachten.

De beoordeling kijkt niet of je jouw eigen beroep nog kunt uitvoeren. De vraag is of je nog in staat bent om algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten waarmee je minimaal het wettelijk minimumloon kunt verdienen.

Dat betekent dat een zelfstandige fotograaf, consultant, bouwvakker of zorgverlener mogelijk geen recht heeft op een uitkering. De reden is dat iemand volgens de beoordeling nog in staat kan zijn om op een andere manier het minimumloon te verdienen, bijvoorbeeld in een administratieve functie of callcenter. Terwijl het eigen beroep niet meer kan worden uitgeoefend.

Verschillende partijen vragen het kabinet daarom hoeveel zelfstandigen uiteindelijk geen uitkering zullen ontvangen terwijl zij hun onderneming niet meer kunnen voortzetten.

Klik hier om het hele artikel te lezen