Bron

Kunsten'92

Meeste gemeenten indexeren onvoldoende voor gestegen lonen en prijzen

12 mei 2026

De financiering van culturele activiteiten staat onder grote druk door de stijgende kosten voor onder andere energie, personeel en huur.

Om financiële problemen en verlies van activiteiten te voorkomen, is het essentieel dat gemeenten de indexering van cultuursubsidies meenemen in hun begroting. Gemeenten zijn voor 60% verantwoordelijk voor de publieke middelen voor cultuur en daarom is dit extra urgent. Een rondgang door de Taskforce culturele en creatieve sector langs culturele instellingen in gemeenten door het hele land laat zien dat de indexering van subsidies in 2026 vaak onvoldoende is om de gestegen kosten op te vangen. Waar sommige gemeenten indexering voor gestegen lonen en prijzen correct toepassen, lopen de meeste gemeenten fors achter. Niet alleen in 2026, maar ook in de jaren daarvoor. Dit leidt tot structurele uitholling.

Niet indexeren is in feite een bezuiniging op het aanbod, de organisaties en de positie van makers. Willekeur bij indexatie zorgt bovendien voor een ongelijke positie voor culturele instellingen in het land. Ook komen dan initiatieven rond bijvoorbeeld talentontwikkeling – met name in de regio’s buiten de Randstad – in het nauw. Verschraling ligt op de loer. Lees hierover ook het VNPF artikel Code Rood. Precies om die reden beveelt de Raad voor Cultuur dan ook in haar advies ‘Ieder zijn aandeel’ aan om recht op indexatie wettelijk te verankeren in het nieuwe stelsel.

De Taskforce culturele en creatieve sector roept alle gemeenten op om de indexering van cultuursubsidies structureel mee te laten lopen met de inflatie. En het Rijk om het gemeente- en provinciefonds adequaat te financieren.

Alleen dan wordt de financiële continuïteit van culturele activiteiten, makers en organisaties gewaarborgd. Een adequate indexering zorgt ervoor dat culturele en creatieve organisaties hun maatschappelijke taken kunnen blijven uitvoeren.

Tussenstand

(percentages verschillen soms per regeling)

  • Amsterdam 4,7 – 5,2 %
  • Den Haag 3,03 %
  • Rotterdam 4,22 – 4,4 %
  • Utrecht 4,1 %
  • Alkmaar 2,5 %
  • Amersfoort 2,2 %
  • Apeldoorn 3,5 – 4,1 %
  • Arnhem 2,1 %
  • Breda 2,9 %
  • Bussum (Gooise Meren) 0 %
  • Den Bosch 2,4 %
  • Deventer 4,0 %
  • Eindhoven 3,0 %
  • Enschede 2,1 – 2,2 %
  • Gouda 1,9 %
  • Groningen 3,0 – 3,5 %
  • Haarlem 2,0 %
  • Heerlen 2,0 %
  • Helmond 0 %
  • Hilversum 2,8 %
  • Hoorn 0 %
  • Kerkrade 0 %
  • Leiden 3,4 %
  • Leeuwarden 2,16 %
  • Maastricht 3,0 %
  • Nijmegen 3,3 – 3,6 %
  • Sittard 2,22 %
  • Zaanstad 2,0 %

Zie je een foutje, ontbreekt jouw gemeente of heb je een aanvulling? Laat het weten via info@kunsten92.nl. Dan passen ze het overzicht aan.