Bron

Rijksoverheid

Nieuwe regels voor flexwerk vanaf 2028: dit verandert voor werkgevers

14 augustus 2026

De Eerste Kamer heeft op 7 juli 2026 ingestemd met het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers.

De wet moet werknemers met tijdelijke, oproep- en uitzendcontracten meer zekerheid geven en het verschil tussen flexibele arbeid en vaste dienstverbanden verkleinen. De meeste wijzigingen gaan in op 1 januari 2028. Voor werkgevers betekent dit dat een aantal veelgebruikte vormen van flexibele arbeid verandert. Dat is ook relevant voor podia en festivals, waar tijdelijke inzet en wisselende uren vaak onderdeel zijn van de personeelsplanning.

Langere onderbreking tussen tijdelijke contracten

De huidige ketenregeling verandert. Nu kan na een onderbreking van meer dan zes maanden in veel gevallen een nieuwe reeks tijdelijke contracten beginnen. Straks wordt die termijn 36 maanden. Pas daarna kan opnieuw een nieuwe keten van tijdelijke arbeidsovereenkomsten starten. Voor scholieren en studenten met een bijbaan blijft een kortere tussenperiode van zes maanden gelden.

Voor terugkerend tijdelijk werk, zoals seizoensarbeid, blijft het in bepaalde gevallen mogelijk om via de cao een kortere tussenperiode van drie maanden af te spreken. Andere mogelijkheden om via de cao van de ketenregeling af te wijken worden juist beperkter.

Nulurencontract verdwijnt grotendeels

Ook oproepcontracten veranderen ingrijpend. Het nulurencontract wordt in beginsel afgeschaft. De basis wordt een arbeidsovereenkomst met een vast aantal uren van meer dan nul. Een jaarurennorm blijft mogelijk, mits er sprake is van een vaste arbeidsomvang en gelijkmatige loonbetaling. Daar komen wel strengere afspraken over roosterzekerheid en beschikbaarheid bij.

Als alternatief voor het huidige min-maxcontract komt het bandbreedtecontract. Daarbij wordt een minimumaantal uren afgesproken en mag het maximum niet hoger zijn dan 130% van dat minimum. De beschikbare dagen en uren moeten vooraf worden vastgelegd.

Voor enkele groepen blijven oproepcontracten wel mogelijk, waaronder minderjarigen, scholieren, studenten, AOW-gerechtigden en in bepaalde gevallen uitzendkrachten.

Ook uitzendwerk verandert

De rechtspositie van uitzendkrachten wordt eveneens aangepast. Fase A krijgt een wettelijke duur van 52 weken en fase B wordt beperkt tot twee jaar en maximaal zes contracten. Daarna geldt de uitzendovereenkomst in beginsel als een contract voor onbepaalde tijd. Ook voor uitzendkrachten gaat een tussenpoos van 36 maanden gelden.

Daarnaast worden de regels rond arbeidsvoorwaarden aangescherpt. Uitzendkrachten moeten recht krijgen op een pakket aan arbeidsvoorwaarden dat ten minste gelijkwaardig is aan dat van werknemers in vergelijkbare functies bij de inlener. Het gaat daarbij niet alleen om loon, maar ook om andere essentiële en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden.

Deze regeling over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden gaat eerder in dan de rest van de wet: 31 december 2026.

Wat betekent dit voor poppodia en -festivals?

Hoewel de meeste veranderingen pas in 2028 ingaan, is het verstandig om tijdig te kijken naar de manier waarop flexibele arbeid binnen de organisatie is ingericht. Vooral organisaties die veel werken met oproepkrachten, tijdelijke contracten, jaarurennormen of uitzendkrachten zullen hun arbeidscontracten en personeelsplanning mogelijk moeten aanpassen.

De wet betekent niet dat flexibele arbeid verdwijnt, maar wel dat de mogelijkheden anders worden ingericht en dat werknemers meer zekerheid krijgen over uren, inkomen en duur van hun dienstverband.

Praktische tip: inventariseer tijdig welke contractvormen binnen de organisatie worden gebruikt en welke daarvan onder de nieuwe regels veranderen. Zo voorkom je dat aanpassingen pas vlak voor de ingangsdatum moeten worden doorgevoerd.