Bron

TNO

TNO: duurzame inzetbaarheid vraagt om meer dan beleid op papier

26 augustus 2026

Veel organisaties hebben beleid voor duurzame inzetbaarheid, maar de stap van beleid naar dagelijkse praktijk blijft lastig.

Dat blijkt uit een nieuwe inventarisatie van TNO naar duurzame inzetbaarheid op de werkvloer. Volgens TNO bestaat er bovendien geen eenduidige definitie van duurzame inzetbaarheid. In de praktijk ligt de nadruk vaak op onderwerpen als fysieke belasting en onregelmatige werktijden, terwijl ook mentale belasting, ontwikkelmogelijkheden, leren en mobiliteit een belangrijke rol spelen. Die versnippering maakt het moeilijker om tot een samenhangende aanpak te komen.

iet alleen verantwoordelijkheid van de werknemer

In veel beleid wordt duurzame inzetbaarheid gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer. In de praktijk ligt de nadruk volgens TNO echter vaak op de eigen regie van medewerkers.

Daar zit een beperking aan. Werknemers kunnen pas echt investeren in hun inzetbaarheid als daar binnen de organisatie voldoende ruimte voor is. De rol van de werkgever en leidinggevenden is daarom minstens zo belangrijk: zij bepalen mede of medewerkers tijd, ondersteuning en mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen.

Ook jongere medewerkers verdienen aandacht

Duurzame inzetbaarheid wordt nog regelmatig vooral gekoppeld aan oudere werknemers en de vraag hoe zij gezond hun pensioen kunnen bereiken. Volgens TNO is dat te beperkt.

Juist jongere werknemers moeten zich kunnen blijven ontwikkelen om mee te bewegen met veranderingen in hun vak en organisatie. Technologische ontwikkelingen, digitalisering en AI kunnen werkzaamheden snel veranderen. Scholing, ontwikkeling en het aanleren van nieuwe vaardigheden zijn daarom een belangrijk onderdeel van duurzame inzetbaarheid.

Voor podia en festivals is dat herkenbaar. Ook daar veranderen functies en werkzaamheden door nieuwe technologie, veranderende publieksverwachtingen en andere manieren van organiseren. Duurzame inzetbaarheid gaat daarmee niet alleen over het voorkomen van uitval, maar ook over de vraag of medewerkers zich kunnen blijven ontwikkelen en hun werk op langere termijn gezond en met plezier kunnen blijven doen.

Brede aanpak nodig

TNO pleit voor een integrale benadering. Gezondheid, werkbelasting en scholing staan niet los van elkaar. Ook de werk-privébalans, levensfase en persoonlijke omstandigheden van medewerkers kunnen invloed hebben op de effectiviteit van maatregelen.

Het rapport onderstreept daarmee dat duurzame inzetbaarheid niet kan worden opgelost met één regeling of incidentele training. Het vraagt om een samenhangende aanpak waarin gezondheid, ontwikkeling, werkorganisatie en leiderschap bij elkaar komen.