Rijksoverheid
Wetsvoorstel maakt cultuursubsidies tot maximaal acht jaar (i.p.v. vier jaar) mogelijk
18 juli 2026
Het kabinet heeft een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd om de maximale subsidieperiode binnen de Wet op het specifiek cultuurbeleid te verlengen van vier naar acht jaar.
Het voorstel moet culturele organisaties meer continuïteit bieden en cultuurfondsen meer ruimte geven bij het verstrekken van subsidies. Op dit moment kunnen subsidies op grond van deze wet voor maximaal vier jaar worden verleend. Een langere subsidieperiode kan organisaties meer zekerheid geven, de administratieve lasten verminderen en meer ruimte bieden om voor de langere termijn te investeren.
De wijziging betekent overigens niet dat alle subsidies voortaan voor acht jaar worden verleend: het wetsvoorstel verruimt alleen de maximale termijn.
VNPF: langere termijn biedt kansen, maar vraagt om waarborgen
De VNPF reageerde eerder via de internetconsultatie op het voorstel. Ook in het verband met de Podiumkunsten Alliantie is op het onderstaande gewezen, Wij staan niet onwelwillend tegenover de mogelijkheid om subsidie voor een langere periode toe te kennen, maar hebben daarbij ook een aantal belangrijke aandachtspunten meegegeven.
Een achtjarige cyclus kan namelijk bestaande verhoudingen in het cultuurbestel langer vastzetten. Dat is met name relevant voor sectoren die nu relatief beperkt vertegenwoordigd zijn in de structurele rijksfinanciering, waaronder de popmuziek. Als er minder momenten zijn waarop nieuwe organisaties kunnen instromen of middelen opnieuw kunnen worden verdeeld, neemt het belang van goede mogelijkheden voor instroom en doorstroom verder toe.
Daarnaast hebben we benadrukt dat een langere subsidieperiode niet los kan worden gezien van de bredere inrichting van het cultuurbestel. Daarbij moeten ook de positie en financiering van onder meer programmering, presentatie, festivals en talentontwikkeling worden meegenomen. Poppodia en festivals vervullen daarin een belangrijke rol als schakel tussen makers en publiek.
De VNPF pleit daarom niet alleen voor langere subsidieperiodes, maar ook voor voldoende ruimte voor nieuwe toetreders, een stevige positie van het Fonds Podiumkunsten en andere landelijke programmerings- en presentatiemiddelen, en een betere aansluiting tussen rijks-, provinciaal en gemeentelijk cultuurbeleid.
Het wetsvoorstel is op 10 juli 2026 bij de Tweede Kamer ingediend en wordt daar nu verder behandeld.