VNPF
Cijfers VNPF-poppodia 2025: Kosten stijgen harder dan inkomsten bij meeste podia
25 juni 2026
In 2025 stegen de totale uitgaven van de VNPF-poppodia harder dan de totale inkomsten, net als het jaar ervoor, waardoor ruim de helft van de poppodia een negatief financieel resultaat had.
De financiële situatie verschilt per podium, maar bij veel poppodia is de rek uit de exploitatie. Dalende of onvoldoende geïndexeerde gemeentelijke subsidies, stijgende kosten en teruglopende inkomsten uit onder meer clubnachten zetten de bedrijfsvoering onder druk. Poppodia moeten daardoor bezuinigen op programma en personeel, spreken hun financiële reserves aan of zijn aangewezen op aanvullende steun van gemeenten. Deze cijfers zijn afkomstig van de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF), die de analyse maakte op basis van gegevens van 55 van de 72 aangesloten poppodia.
Podia zien kosten hard stijgen, met name voor personeel en programma
De totale uitgaven van de poppodia bedroegen € 251 miljoen in 2025. Dit is een stijging van 2% ten opzichte van 2024 en een stijging van 17% vergeleken met 2023.
In 2025 bedroegen de programmakosten 36% en de personeelskosten 38% van de totale uitgaven van de poppodia. Andere uitgaven waren voor huisvesting (11%), inkoop horeca (6%), marketing (2%) en overige kosten (8%).
In het afgelopen jaar stegen met name de personeelskosten (+8%). Vergeleken met 2023 stegen de totale personeelskosten zelfs met 25%. De forse stijging van de personeelskosten werd deels veroorzaakt door meer gewerkte uren, omdat er in totaal meer activiteiten werden georganiseerd door de poppodia. Ook hogere lonen voor medewerkers in loondienst en hogere tarieven voor ingehuurde zelfstandigen droegen bij aan de toename van de personeelskosten. Er was gelijktijdig een verschuiving van minder ingehuurd werk naar meer werk in loondienst, mogelijk veroorzaakt door het beëindigen van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid. Dit heeft waarschijnlijk ook geleid tot een snellere stijging van de totale personeelskosten.
In de afgelopen twee jaar stegen ook de programmakosten flink (+17%). Deze stijging kwam onder andere door meer concerten en hogere gages voor artiesten, ondanks dat het aantal clubnachten bij de poppodia juist daalde. Sinds 2023 namen ook de marketingkosten toe met 18% en de huisvestingskosten stegen in deze periode met 6%.
Ontwikkeling inkomsten verschilt per podium
In 2025 bedroegen de totale inkomsten van de poppodia € 247 miljoen. Dat is een stijging van 2% ten opzichte van 2024 en een stijging van 14% vergeleken met 2023.
In 2025 was 68% van alle inkomsten van de poppodia afkomstig van het publiek. Het grootste deel daarvan bestond uit kaartverkoop en horeca, goed voor respectievelijk 40% en 23% van de totale inkomsten. Overige publieksinkomsten, zoals inkomsten uit garderobe, lockers, servicekosten, lidmaatschappen en merchandise, bedroegen 6% van de totale inkomsten in 2025. Daarnaast waren er nog beperkte inkomsten uit sponsoring en besloten activiteiten. In de afgelopen twee jaar stegen vooral de inkomsten uit horeca (+13%) en kaartverkoop (+23%).
Subsidies bedroegen gemiddeld 24% van de totale inkomsten van de poppodia. Dit betrof vooral gemeentelijke subsidies (93% van alle subsidies). Het totale subsidiebedrag dat de 55 poppodia ontvingen in 2025 bedroeg € 59,4 miljoen. Dit was 4% meer dan in 2024 en 11% meer dan in 2023. De stijging van de totale subsidies in het afgelopen jaar werd met name veroorzaakt door een gemiddelde stijging van de gemeentelijke subsidies met 3,5%. Er was in 2025 ook een stijging van de provinciale subsidies en er waren meer bijdragen van de rijksoverheid en landelijke publieke fondsen.
De ontwikkeling van de gemeentelijke subsidie verschilt echter per podium. Bijna een kwart van de poppodia kreeg minder subsidie van hun gemeente in 2025 dan in 2024. Nog eens 7% van de podia kreeg exact hetzelfde subsidiebedrag als een jaar eerder. Bij de meeste podia vond wel indexatie plaats van de gemeentelijke subsidie, maar niet altijd in lijn met de inflatie en vaak niet genoeg om de stijgende vaste lasten te compenseren. Hierdoor wordt het voor een aantal podia steeds moeilijker om personeel te behouden én om artiesten speelkansen te bieden en zo bij te dragen aan hun talentontwikkeling.
Meer poppodia in de rode cijfers
Bij de meeste poppodia zijn de kosten harder gestegen dan de inkomsten in de afgelopen twee jaar. De totale inkomsten van de poppodia stegen in 2025 met 2% ten opzichte van 2024, maar de totale uitgaven stagen met 2,3%. Ten opzichte van 2023 stegen de inkomsten met 14,1%, maar de uitgaven met maar liefst 16,8%.
Hierdoor behaalden de poppodia in 2025 gemiddeld een negatief financieel resultaat van 1,6% van hun totale inkomsten. Van alle poppodia had 52% een negatief financieel resultaat in 2025, draaide 11% geen winst of verlies en had 37% een positief financieel resultaat.
De oorzaak van het financieel resultaat verschilt per podium, maar voor de meeste poppodia stegen de kosten voor personeel (in loondienst) sneller dan de gemeentelijke subsidies om deze vaste lasten te dekken. Daarnaast had een aantal podia te maken met minder bezoeken aan clubavonden, wat zorgde voor minder inkomsten uit kaartverkoop en horeca. Deze ontwikkelingen kunnen resulteren in vaker voorkomende tekorten in de toekomst en dwingen podia tot noodzakelijke bezuinigingen op programma en personeel.
Die ontwikkeling vraagt aandacht. Wanneer tekorten vaker voorkomen, kunnen podia gedwongen worden om te bezuinigen op programma, personeel en publieksontwikkeling. Beperkte financiële ruimte maakt het moeilijker om artistieke risico’s te nemen. Dat kan gevolgen hebben voor de diversiteit van de programmering, de ontwikkeling van nieuw publiek en de speelkansen voor opkomende artiesten.
Daarom is het van groot belang om de situatie per podium zorgvuldig te beoordelen. Achter gemiddelde cijfers gaan grote verschillen schuil. Sommige poppodia wisten hun publieksbereik te vergroten, terwijl andere podia juist te maken hadden met teruglopende bezoekaantallen. Sommige poppodia konden hun stijgende vaste lasten dekken door meestijgende gemeentelijke subsidies. Andere podia draaiden een financieel negatief resultaat doordat juist subsidies terugliepen of onvoldoende werden geïndexeerd. Alleen door goed te kijken naar de lokale context kan worden bepaald wat nodig is om de culturele functie van poppodia te behouden en te versterken.
Cijfers poppodia over periode 2023-2025
In juni 2026 telt de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) 72 aangesloten poppodia. In de afgelopen weken publiceerde de VNPF al cijfers over de ontwikkeling van het aantal activiteiten, het aantal bezoeken, het aantal (internationale) optredens, de genderverdeling van de medewerkers en de ontwikkeling van het aantal gewerkte uren bij de poppodia in 2025. De VNPF wil benadrukken dat op basis van totalen en gemiddelden van de poppodia geen uitspraken over individuele poppodia kunnen worden gedaan. Begin juli verschijnt de hele VNPF-publicatie ‘Poppodia en -Festivals in Cijfers 2025.’
In januari 2026 publiceerde de VNPF al het artikel ‘Code Rood’ met daarin een prognose van de cijfers 2025 van de poppodia.